Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

Genealogisch onderzoek in de jaren 1711 en 1909

Verwant of niet verwant, dat was steeds de vraag

Genealogisch onderzoek – een onderzoek naar de afstamming – is van alle tijden. Ook binnen de familie Van den Brande, zo blijkt uit briefwisselingen uit 1711 en 1909. Daarbij ging het in  beide gevallen om de veronderstelde verwantschap tussen de familie Van den Brande uit Zeeland en de familie Van den Brande uit het land van Breda. Uit deze laatste familie stamt de Rotterdamse familie. Hoe zit het met de verwantschap?

In december 1909 kwam op het effectenkantoor Firma W. A. H. van den Brande te Rotterdam een brief binnen van de heer J. H. van Reigersberg Versluys, gericht aan de heer Willem A.H. van den Brande. De laatste was effectenmakelaar en had zich inmiddels terugtrokken uit zaken en woonde in villa Welgelegen te Lent, nabij Nijmegen. 

De heer Van Reigersberg Versluys was een afstammeling van de uitgestorven Zeeuwse familie Van den Brande, die in de zeventiende eeuw adellijke titels en landgoederen had verworven. Van Reigersberg Versluys informeerde of de heer Van den Brande behoorde tot dezelfde familie.

Bij brief van 13 december 1909 antwoordde Van den Brande dat hij daarover in onzekerheid verkeerde en dat hij ook geen pogingen had ondernomen om zekerheid te verkrijgen.  Hij voegde daaraan toe: “Wel kan ik u verzekeren dat wijlen mijn vader (geboren 14 October 1803-overleden 5 Augustus 1891 te Rotterdam) vast overtuigd meende te zijn dat er maar een geslacht Van den Brande bestond en dat er ook een stamboom in het bezit zijnes ouders geweest is die zelven zoek schijnt geraakt”.

Jaren eerder had de Directie van het Archief te ’s-Gravenhage de Rotterdamse effectenmakelaar, na het overlijden van zijn vader Willem van den Brande in 1891, het aanbod gedaan om de verwantschap tussen de Rotterdamse en de Zeeuwse familie Van den Brande te onderzoeken. Op het aanbod was hij niet ingegaan, omdat hij “dat beschouwde als een geldzaakje van die heeren”, zo schreef hij aan Van Reigersberg Versluys. W.A.H. van den Brande beschikte wel over portretten (houtgravures) van twee leden uit de Zeeuwse familie. Zij stonden dus wel in zijn belangstelling.

De beide heren zetten hun correspondentie enkele maanden voort.  Van den Brande wist dat zijn grootvader Aart heette, maar verder terug ging zijn kennis niet. Van Reigersberg Versluys stelde voor een stamboom te maken, maar Van den Brande hield de boot af. Hij stelde voor “met het maken van een stamboom te wachten tot er een aansluiting gevonden is met mijn onmiddellijke voorgeslacht, aangezien die zonder deze  voor mij betrekkelijk weinig waarde heeft”. En daar bleef het bij. De aansluiting werd niet gevonden…

Echter, de Rotterdamse familie is afkomstig uit het land van Breda (zie de hoofdpagina) en de Zeeuwse familie was ervan overtuigd dat ook zij daar haar oorsprong vond.

Volgens een achttiende-eeuwse genealogie van de Zeeuwse Van den Brande’s zou de stamvader van deze familie, Thomas van den Brande heten en uit Breda komen. Zijn zoon Pieter van den Brande zou Brabant zijn ontvlucht. Waar komt dit verhaal vandaan?

De oorsprong van dit verhaal lijkt een oude stamreeks die rond het jaar 1711 in het bezit was  van  Maria Margaritha van den Brande. Zij woonde te Antwerpen en  stamde af van Jan van den Brande, geb. ca. 1370,  gegoed te Etten. Zie de pagina Etten-Breda.

Ridder-baronet Cornelis van den Brande, heer van Kleverskerke,  uit de Zeeuwse familie, bezocht in 1711 zijn Antwerpse naamgenote en kreeg een kopie van deze oude stamreeks, die terugging tot 1422. Cornelis schreef over zijn bezoek:

“Ick hebbe de oudste van dese doghters genaemt Maria Margo van den Brande in den jare 1711 te Antwerpen gesproken, die seer in decadentie is en getrout met een schilder genaamd Huijssen. Sij heeft een genealogie van de familie sedert het jaar 1422”

Cornelis was er van overtuigd dat hij familie was van deze Antwerpse dame. Dat zou betekenen dat ook de Zeeuwse familie haar oorsprong in Etten zou vinden. Cornelis en andere leden van de Zeeuwse familie maakten diverse stamreeksen die allemaal terug gingen tot de Jan van den Brande uit 1422.

Cornelis liet de assistent van de Antwerpse architect  Jan Pieter van Baurscheidt in Antwerpen rond 1711 ook tekeningen maken van grafstenen en wapenborden van de Antwerpse-Bredase familie. Het wapen van Mathijs van den Brande, op goud een zwarte leeuw, werd in de achttiende eeuw zelfs opgenomen in het wapen van de Zeeuwse familie.

Er is echter geen bewijs voor de afstamming van de Zeeuwse familie uit de Bredase, oorspronkelijk Ettense familie. Het lijkt er op dat de  oudst bekende stamvader van de Zeeuwse familie – de hierboven afgbeelde Jan Mr. Pieterse- zonder enig bewijs werd gekoppeld aan de stamreeks van de Van den Brande’s uit het land van Breda.

De oorsprong van de Zeeuwse familie is ondanks veel onderzoek nog in nevelen gehuld. Zie de pagina Zeeuwse regenten.