Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

Een Rubens ter nagedachtenis aan de ouders

Rond 1637 maakte de bekende Vlaamse schilder Peter Paul Rubens het hierboven afgebeelde schilderij van Maria’s hemelvaart - een groot altaarstuk ter nagedachtenis aan Theodore Schotte en Elisabeth van den Brandt. De opdracht aan Rubens werd gegeven door hun zonen Charles en Johannes Angelus Schotte, nadat hun ouders waren overleden. Dit blijkt uit het Latijnse epitaaf op het altaarstuk.

Rubens maakte meerdere altaarstukken met Maria’s hemelvaart of de tenhemelopneming van Maria. Het onderhavige stuk is het laatste en tevens het grootste: 5 meter hoog en 3,5 meter breed. Het laat Maria zien omringd door vijf putti en twee grote engelen. Haar hemelvaart wordt gade geslagen door de apostelen die zich rond haar lege graf hebben verzameld.

De afbeelding van Maria’s hemelvaart was destijds populair bij traditionele katholieken, die de verering van Maria een belangrijke plaats gaven in de contrareformatie. Het echtpaar waarvoor het altaarstuk werd gemaakt passte zeker in die traditie.

Elisabeth van den Brandt (of: Brande), geboren 1558, stamde uit een Bredase tak van de familie Van den Brande, die als traditioneel katholiek kan worden gekenschetst. Haar vader, de jurist Mr. Claes Thomasz van den Brandt, was schepen van Breda geweest, maar zijn herbenoeming werd door Willem van Oranje geblokkeerd vanwege zijn traditioneel katholieke en anti-protestantse houding. Elisabeth’s oom Mr. Willem van den Brande was priester-pastoor op het groot begijnhof te Mechelen en hij schreef een Tractaat over de Geheimenissen van de Mis.

Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog trok Elisabeth met haar vader naar Antwerpen en Brussel en daar zal zij haar man Theodore Schotte hebben ontmoet.

Mr. Theodoor Schotte was ook duidelijk anti-protestants. Hij was raad van de Spaanse koning en auditeur-generaal van het Spaanse leger in de lage landen. Hij behoorde tot de magistraat van Brussel en was daar pensionaris. Een broer van Theodoor was prior van het kartuizerklooster te Lier.

Het schilderij dat hun zonen lieten maken door Rubens, was bedoeld om hun ouders te gedenken. Het gaf de opdrachtgevers en hun familie echter ook status. Het schilderij was bestemd voor de kerk van de Karthuizers in Brussel en kostte in die tijd een kapitaal. Rubens bracht voor een vergelijkbaar altaarstuk 1500 gulden in rekening.

Het altaarstuk bevindt zich nu in de collectie van de Prins van Liechtenstein te Wenen. Wanneer het daar terecht is gekomen is onzeker. Het lijkt erop dat het na de donatie door de broeders Schotte tot ca. 1755 in de kerk van de Karthuizers heeft gehangen, want die lieten toen een kopie van het werk van Rubens maken.

De kerk bevond zich in de huidige Kartuizerstraat en Johannes Angelus Schotte was daar na een (korte) militaire loopbaan in 1632 monnik geworden. Hij werd ook Ange Schotte genoemd.

Niet lang na het maken van de kopie in 1755 duikt het origineel op in het bezit van de Van Liechtensteins. Die stellen dat het al sinds 1643 in hun bezit was maar daarvoor is geen bewijs voorhanden. Wel maakte een hofschilder van de Van Liechtensteins toen een kopie van een Maria’s hemelvaart van Rubens.

Wat daar verder van zij, het doel van de gebroeders Schotte om een blijvende nagedachtenis aan hun ouders te creëren is zeker geslaagd.