Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

Van den Brande, wat betekent een naam?

Inleiding

Wat betekent een naam? Veel mensen dragen een naam waarvan de oorspronkelijke betekenis verloren is gegaan. Om de betekenis van een naam te begrijpen moet men vaak vele honderden jaren terug.

De familienaam Van den Brande is afgeleid van de terreinnaam Den Brant (Brand of Brande). Zo veel is wel zeker. De familienaam komt in het begin van de dertiende eeuw al voor en de terreinnaam Brand is nog ouder. Wat betekent deze naam en in welke omgeving vinden wij die? Mogelijk geeft dat meer duidelijkheid over de ontstaansgescheidenis.

De betekenis

Voor de betekenis van de terreinnaam Brand worden uiteenlopende verklaringen geven. Zo is Brand een plaats waar brandstoffen, zoals veen, heideplaggen of hakhout, werden gewonnen. Het kan echter ook gaan om een door brand van begroeiing ontdaan stuk land. Een combinatie van beide is ook goed denkbaar. Zo werden heidevelden waar brandstof werd gewonnen ook wel eerst afgebrand voordat het steken van de heideplaggen begon.

Valt er meer over de betekenis te zeggen? Daarvoor zullen hieronder de oudste vermeldingen worden geanalyseerd.

De verspreiding van de naam Brand

De terreinnaam Brand komt vooral veel voor in Brabant en Vlaanderen. Ook in Frankrijk vindt men de plaatsnaam Brande, daar in de betekenis van een (laag gelegen) heideveld.

De oudste vermelding vindt men in Oost-Vlaanderen ca. 1025, nabij Zele.

In Oost-Vlaanderen komt men al vroeg veel Brand-terreinnamen tegen. En het is juist in deze omgeving dat men in de dertiende eeuw al diverse personen met de naam Van den Brande aantreft. In Latijnse akten worden zij als “de Brande” aangeduid en in Franse akten als “de le Brande”.

Als men kijkt naar de plaatsen waar de eerste Van den Brande’s in de dertiende eeuw worden genoemd in Oost-Vlaanderen dan valt de concentratie in de Waasgouw op. Men vindt ze daar in plaatsen waar ook een brand-terreinnaam voorkomt: Waas (1220), Belsele (1220), Grembergen (1240), Beveren (1281), Assenede (1292), Sint-Niklaas (1293), Zele (1295) , Vrasene (1295) en in Temse (1295).   Vanaf 1287 komt de naam ook voor in de omgeving van Etten-Leur. Toeval of niet: in de dertiende eeuw vestigde zich daar een groep kolonisten uit (Oost-)Vlaanderen.

De oudste link tussen de plaatsnaam ‘Brand’ en de familienaam

De oudste Nederlandstalige akte waarin zowel de terreinnaam Brande als de familienaam Van den Brande voorkomt betreft de Oost-Vlaamse plaats Assenede.

In 1292 was daar sprake van een bezit van Hughe van den Brande, gelegen achter zijn huis “tende den brande andie mersch”. In de akte verschijnt ook zijn broer Simon van den Brande. Wellicht werden beide genoemd naar de woonplaats van hun (voor)ouders. Een link tussen het bezit en de achternaam ligt in ieder geval voor de hand.

De Oostvlaamse plaatsnaam Brand

Wat voor een stuk land werd in Oost-Vlaanderen Brand genoemd? Om die vraag te beantwoorden is een analyse van de oudste vermeldingen nodig.

In de akte uit Assenede van 1292 lag de Brand naast de “mersch”.

In Zele waar de oudste brand-naam voorkomt, is sprake van een me(e)rsch dat men Brand noemt. Zo is daar in 1484 sprake van een “terra(m) sita(m) te(n) meerssche (…) et vocatur den Brant” .

In 1401 is te Stekene sprake van een “mersch die men heet den Brant” – even zo in 1484 en 1564.

In 1572 is te Hansbeke (Deinze) sprake van honderd roeden “mersch daer ment heedt den Brant”.

In 1727 is te Sint-Martens-Latem sprake van een “meersch genaemt den Brandt (…) noort de becke.”

Kortom, er is een duidelijk verband tussen het gebruik van de naam Brand in een gebied waar een “mersch” of “meersch” aanwezig is.

Het woord ‘meersch’ stamt van het Germaanse ‘mari’ en duidt op een natte, drassige plaats of op een meer. Gelet op de combinatie met ‘brand’ zal het dus zijn gegaan om een drassige plaats waar men veen als brandstof kon winnen. Het natte veen noemt men na winning en droging turf.

Na de winning van het veen kreeg het gebied vaak een andere bestemming, zoals een weide en soms cultuurland. De oude naam bleef dan aan het gebied verbonden. Zo is in Vrasene sprake van “een polre gheheeten den Brant” en in Nevele (Deinze) van “de drie brande besaedt met taruwen”.

De drassige veengebieden of veenmoerassen waar turf werd gestoken, werden vroeger ook wel moer genoemd. De aanduiding ‘brand’ komt in Oost-Vlaanderen ook voor in de combinatie met moer. Zo is in Vrasene sprake van een plaats “in den Brant den nederen moer”.

Van den Brande buiten Oost-Vlaanderen voor 1300

Buiten Oost-Vlaanderen treft men alleen voor 1300 te Etten-Leur Van den Brande’s aan.

Johannes de Brande (Jan van den Brande) verwerft in 1287 14 bunder land onder Lies, gelegen te Princenhage tussen Etten-Leur en Breda. Zowel in Etten als in Princehagen komen brand-toponiemen voor. Het zwaartepunt daarvan ligt in Etten-Leur, in de omgeving van de oude kern Leur. Daar komt de Brande, de Brandse Vaart en de Brandse Weg voor.

In 1293 is in Sprundel sprake van een Henric de Brande (Hendrik van den Brande) en zijn zoon Arnoud van den Brande. Deze Hendrik bezat land dat gedeeltelijk onder Sprundel-Hertog viel. De kans is groot dat het gaat om het gebied De Brande dat onmiddellijk ten noorden van Sprundel is gelegen.

Brand had in het land van Breda waarschijnlijk dezelfde betekenis als in Oost-Vlaanderen. Zo werd in de Brand (gelegen te Princenhage nabij Emer) moer gewonnen.

De Brande te Etten-Leur (later: Leurse Branden) lag in het beekdalgebied van de Brandse Vaart. Daar was veen aanwezig en ook hier zal de grond drassig zijn geweest.

Vermeldingen in de veertiende eeuw

Na 1300 komt men op veel plaatsen in Vlaanderen en Brabant Van den Brande’s tegen. In enkele gevallen is de oorsprong van de familienaam te koppelen aan het goed ten Brande of hof ten Brande, zoals in Kortrijk (West-Vlaanderen) en in Meise (Vlaams-Brabant). Waarschijnlijk gaat het ook daar om terreinnamen waarvan de oorsprong voor 1300 ligt. Een verder onderzoek naar deze terreinnamen is nodig om meer te kunnen zeggen over hun oorsprong.

Voorlopige conclusie

De oudste vermeldingen van zowel de terreinnaam Brand (ca. 1050) als de familienaam Van den Brande (1220) vindt men in Oost-Vlaanderen.

In Oost-Vlaanderen was De Brand een drassig stuk land waar men uit het natte veen brandstof (turf) kon winnen.

Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of buiten Oost-Vlaanderen, bijvoorbeeld in Brabant, deze terreinnaam dezelfde betekenis heeft. Dat lijkt in Etten-leur en Princenhage wel zo te zijn.