Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

Inleiding


De op de hoofdpagina beschreven afstammelingen van Aert van den Brande, geb. ca. 1375, zijn blijkens hun grondbezit, nauw verwant met de afstammelingen van Jan van den Brande, geb. ca. 1375. De beide groepen hebben op verschillende plaatsen in Etten lange tijd grond naast elkaar. Mogelijk waren Aert en Jan broers van elkaar.


Hieronder worden de zes takken beschreven die nauw met elkaar verwant zijn en afstammen van de genoemde Jan van den Brande. Bij vier van de zes takken gaat het om afstammelingen via de vrouwelijk lijn. De familierelaties zijn daardoor complex. In diverse akten noemen de afstammelingen van Jan van den Brande, zich veel later nog “goede vrunden”. Een oude aanduiding voor bloed- en aanverwanten.


De eerste twee takken betreffen de afstammelingen in mannelijk lijn van Jan van den Brande. In de eerste tak zijn de afstammelingen van zijn zoon de Ettense schout en schepen Cornelis Jansz van den Brande uitgewerkt. De tweede tak betreft de afstammelingen van zijn broer Adriaen Jansz van den Brande. Omdat de verwantschap van diens zoon Claes niet geheel zeker is zijn de afstammelingen van hem als aparte tak opgenomen.


De derde, vierde en vijfde tak betreffen de afstammelingen van Soete Jansdr. van den Brande, geb. ca. 1400.

Zij trouwde eerste keer met Claes Jacob Cocx en de tweede keer met Peter Arnout Heys. Haar tweede man bezat veel land in de omgeving van Breda, waaronder een groot gedeelte van het Liesbos. Na het kinderloos overlijden van hun zoon Cornelis Peter Arnout Heys kwam een groot gedeelte van zijn erfenis terecht bij de afstammelingen van zijn (half)broers en -zusters.


In 1522 zijn Adriaen Dyrcxz van Gageldonck en Michiel Jan Aertszone “goede vrunden” van de kinderen van Claes Jansz van den Brande uit tak V. In 1525 is Anthonis Michiel Kocx goede vrundt van hen.

Dat is opvallend want zowel Michiel Jan Aertszone als de vader van Anthonis Michiel Kocx behoorden tot de erfgenamen van de zoon van Soete Jans van den Brande uit tak I. De ouders van Anthonis Michiel Kocx noemden zich ook Van den Brande. Zie voor hen tak IV Het optreden van Adriaen Dyrcxz van Gageldonck is ook interessant, omdat hij ook eerder voogd was geweest van de zonen van Jan van den Brande alias Cocx, geb. ca. 1435, waarschijnlijk zoon van Claes Jacobsz Cocx en Soete Jansdr. van den Brande. Zie voor hen tak III. Dit duidt er op dat al deze Van den Brande’s met elkaar verwant zijn, ookal is niet altijd duidelijk hoe de familierelatie precies in elkaar zit.

De zesde tak betreft de afstammelingen van Adriane van den Brande, uit tak I. Bij haar kleindochters duikt opeens weer haar achternaam op.

Tenslotte volgen op deze pagina de afstammelingen van Marten van den Brande die rond 1400 in Etten woonde en die van Jan Brant geboren ca. 1340. Twee afstammelingen van de laatste noemden zich soms Van den Brande. Zij zijn volledigeheidshalve opgenomen zodat zij niet worden verwart met Van den Brande's uit de andere takken.

Tak I

I Jan van den Brande, geb. ca. 1360, schepen van Etten in de Palen van de Hoeven, moerexploitant, een van de oorspronkelijke innemers van de 400 Bunder te Etten.

Kinderen:

1. Cornelis volgt II

2. Adriaen volgt tak II

3.Jonkvrouwe Heylwich, geb. ca. 1400, ovl. voor 1467, tr. Franck van Kuyk, mede-heer van Beijssel, Beke, Meire, burger van Hoogstraten.


4. Soete, tr. (1) Claes Jacob Cocx, tr. (2) Peter Arnout Heys. Stammoeder van tak III. Waarschijnlijk ook van tak IV en V.

Een vierde deel van de 400 Bunder werd omstreeks 1484 – dus ruim 50 jaar na de dood van Jan van den Brande - nog het “Jan van den Brande en Wouter Jans quartier” genoemd. In die tijd vond men in dit kwartier diverse afstammelingen van Jan van den Brande, zoals zijn zoon Cornelis en de kinderen van Claes Adriaensz van den Brande.

II Cornelis Jansz van den Brande, geb. ca. 1400, moerexploitant, schepen van Etten in de palen van de Hoeven, 1435, 1438, 1439, 1442-46, 1458, 1461, schout van Etten, bestuurder van de polder Elshout, won. Etten aan het Attelake, tr. Lijsbeth Domaes beide ovl. in of voor 1475.

Kinderen:

1. Jan, priester te Etten.

2. Domaes, volgt III.

3.Adriane, ovl. in 1466, tr. Domaes Henrick Domaesz De Vrome, geb. ca. 1430, won. Nederstrate te Etten. Stammoeder van tak VI.


4. Willem, gaf in 1476 over aan zijn broer Domaes en diens vrouw al zijn goederen in het land van Breda.


Kinderen uit buitenechtelijke relatie(s):

5. Cornelia tr. Clais Jans van der Stromp.

6. Marie, tr. (1) Willem Peters tr. (2) Cornelis Meeusz alias Demken.



III. Domaes Cornelisz van den Brande, geb. ca. 1440, ovl. ca. 1504, won. Etten aan het Attelake, daarna Hoeven tr. Johanna Mertens van Liere, dochter van Merten van Lier Henricksz, schepen van Hoeven (1453) en Kathelijne Daneelsdr van Baerle.

Kinderen:

1. Cornelis, volgt IVa.

2. Merten , volgt IVb.

3. Anthonis, volgt IVc.

4. Lysbeth, tr. Cornelis Heys.

5. Kathelyne, tr, Pauwels Meeussen.


SA Antwerpen schepenen R 25, f. 19, 12-05-1438 Jan vander Meer vercoft Martene van Lyere Heinrixsoon omtrent een buynder beemde cum fundo gelegen Int goet van Ykele tAttene onder de palen vande hoeven onder den Joncker van Nassauwe ende die Van den Houte. Iten noch 5 buynder beemds gelegen aldaer Inde Hillekens gelic hem die bleven syn van sinen ouders wilen. Dandum op ge.... ..... opte heerenchys dien vande Houte.


IVa. Cornelis Domaes van den Brande, geb. in of voor 1470, verm. Etten 1495. Hij voerde in 1542 een procedure tegen de erven van heer Thomas Vc, zijn neef, zoon van zijn broer Anthonis.


IVb. Merten Domaes van den Brande, ovl. in 1521, lid van de boogschutterij St. Joris Gilde te Hoeven. won. aldaar, tr. (1) Geertruyt Hermans Timmermans ovl. 1505 of eerder, tr. (2) Neesen

Kinderen ex (1):

1. Jan, volgt Va.

2. Thijs van den Brande

3. Marie (meerderjarig in 1506)

Kinderen ex (2) of wellicht ook ex (1)

4. Cornelis, volgt Vb.

5. Willem





IV.c. Anthonis Domaes van den Brande, geb. ca. 1475, deken van de boogschutterij St. Joris Gilde te Hoeven (1503), won. ald. later Breda, schepen van Breda 1523, 1525, gasthuismeester 1524, deken linnewevers te Breda (1525), ovl. 1525, tr. (1) Zegher Zegher Scartsdr, dochter van Zegher Scaert, afkomstig uit Klein-Waspik, tr. (2) Cornelie Marcelis Jans Beckers.

Kinderen ex 1:

1. Lijsbeth, tr. Frans Berthouts.

2.Thomaes, in 1525 nog minderjarig volgt Vc.

3. Adriaenken, in 1525 nog minderjarig;

Kinderen ex 2:

4. Marcelie. Cecelia van den Brande is ovl. na 31 maart 1582.

5. Jehenne, ovl. in of voor 1579, tr. Jan van Houte. Johanna van den Brande is ovl. in Hamburg.

6. Matthijs, volgt Vd.

7. Corneliske.


Va. Jan Mertensz van den Brande, woonde te Hoeven.

Kinderen:

1. Janne(ke), tr. Anthonis Jacobs van den Brande.

2. Tanne

3. Pieter volgt VIc.

4. Cornelis


Vb. Cornelis Mertensz van den Brande, geb. ca. 1500, won. Hoeven, ovl. in of voor 1547, tr. Antonia Peter Timmermans, dr. van Peter Anthonis

Kinderen:

1. Merten geb. ca. 1530,

2. N.N. tr. Cornelis Adriaens zone de dyckere

3. Domaes

4. Lynken, tr. Anthonis Walraven

5. Neelken


Vc. Heer Thomaes Anthonisz van den Brande, priester, vicaris (1536), verm. Hoeven 1530. Ovl. voor 1542.



Vd. Matthijs Anthonisz van den Brande, 1559 superintendent 10e en 20ste penning in het land van Breda, woudmeester en drossaert van Brabant, 1570 Luitenant van De Warantmeester in het kwartier van Antwerpen, ovl. 10 augustus, 1585, tr. 1545, Jehenne de Roever, natuurlijke dochter van Mr. Roelant de Roever, licentaat in de rechten, schepen van Breda, schout van Steenbergen, bij Katlyn Peter Moens dochter.

Hij tr. (3) Laurentia Danij, ovl. 20 juni 1597.

Kinderen ex (1)

1. Roelant volgt VIa.

2. Anthonis

3. Mayken tr. Romain De Breucke

4. Heylwich, tr. Lodewijck Conincx

Kinderen ex (3)

5. Francisco, volgt VIb.


VIa. Roelant Mathijs van den Brande, ovl. in of voor 1596, tr. in of voor 1567 Hillegond Hubrecht Henric van Mer

Kinderen:

1. Peeter Roelant Mathijss van den Brande.

2. Anna, minderjarig in 1596, tr. (1) Adriaen Hendrix van den Berge, tr. (2) Arnout Miou.


VIb. Francisco van den Brande, griffier van de munt van de koning van Spanje en procureur te Antwerpen, ovl. 24 juni 1623 tr. jkvr. Elisabeth van Dintere, ovl. 2 november 1647.

Kinderen:

1. Jan-Baptiste, volgt VIIb

2. Francois


VIc. Pieter Jansz van den Brande

Kinderen:

1. Marije, zij woont 1593 te Hoeven. Maria (Maeycken) Piers van den Brande tr. (1) Niclaes Hendricx Hechters (Hecters), tr. (2) Peeter Cornelis Neeff.


VIIa. Peeter Roelant Mathijss van den Brande, geb. ca. 1577, verhuisde van Breda naar Bornem (Belgie).

Kinderen:

1.Roelandus volgt VIIIa.



VIIb. Mr. Jan-Baptiste van den Brande, heer van Biest, geb. ca. 1595, licentiaat in de beide rechten, raad van oorlog van de koning van Spanje, auditeur van Sandvliet ende St. Jacobi en het district van de riviere van Antwerpen, ovl. 17 oktober 1650, begraven te Amiens tr . jkvr Lucrectia de Hornes, geb. ca. 1596, ovl. 4 april 1684, dochter van Jan Warnier de Hornes en Maria van der Meeren.

Kinderen:

a. Jan Francois, kapitein van een compagnie infanterie, begraven 1658 Amiens.

b. Jan Albert, ovl. 26 augustus 1684

c. Carel Maria, vaandrig in een compagnie van Baron van den Berg, ovl. 5 december 1667.

d. Adriaan Herman, volgt VIIIb.

e. Maria Lucretia ovl. 28 november 1709

f. Isabelle Francoise

g. Susanna Alexandrina ovl. 8 feb. 1713.


VIIc. Mr. Francois van den Brande, meerderjarig en afgestudeerd wanneer hij op 4 mei 1612 te Breda verschijnt om namens zijn vader en zijn mede-erfgenamen moergrond te Dongen te verkopen die van de grootouders van zijn vader was geweest.


VIIIa. Roelandus van den Brande, tr. 27 november 1632 te Bornem (Belgie) Anna van Horick

Kinderen gedoopt te Bornem:

1. Catharina, gedoopt 10 januari 1634, tr. Guillielmus Huybens

2. Elisabeth, gedoopt 14 februari 1635, tr. 7 feb. 1653 Judocus Pleviers, tr. (2) 14 maart 1665 Petrus Desijn.

3. Judoca, gedoopt 10 januari 1639, tr. 29 januari 1661 Livinus Mertens.

4.Barbara, gedoopt 7 november 1641.



VIIIb. Jonker Mr. Adriaan Herman van den Brande, schepen van Antwerpen 1679, tr. (1) Maria Mandekens

Kinderen ex (1):

a. Herman Francois, volgt IX.

b. Jan Warnier

c. Maria Margaritha

d. Anna Albertine


IX. Jonker Mr. Herman Frans van den Brandt, licentiaat in de beide rechten, (toneel)schrijver, lid van het kunstgenootschap: ‘Acta viros probant’.

Hij schreef, onder de kenspreuk, door Liefde komt Brand de volgende toneelstukken en andere literaire werken:

Barrabas, de ryke joode van Malta; Bela, prins van Hongaryen, treurspel, 1678; Verweirde Sothuys van Antw., 1678; Blyeindige Belgica, enz., 1679; Hellevaert van den Grooten Visier, klsp., 1684; Eertyds maer en tegenwoordig, klsp., 1684; Godvruchtige zielsgedachten van het bitter lyden en sterven des Zaeligmaeckers, beneffens den Vaeder Onze, Antw., 1686; De Herstellinge van de Roomsche Religie binnen de stadt Antwerpen (in 1585) blijeindigend treurtriumphspel, Antw. en Amst., 1685; Korte beschryvinge van de triumpharken en alle andere vreugdeteekenen die te zien zijn binnen de stadt Antwerpen, opgericht en vertoont ten opzichte van de honderdjarige gedachtenis ter eere van de H. Maegt Maria, Antw., 1685.




Tak II

II. Adriaen Jansz van den Brande, ovl. voor 1464, waarschijnlijk al in 1455.

Zielboek Breda: Adriani van den Brande 1 lopen rogs 1455.

Adriaen had samen met zijn broer Cornelis een groot aandeel in de turfwinning te Etten, in de 400 Bunder.

Op 13 december 1433 gaven de broederen van Brugge in cijns aan Adriaen Jansz. van den Brande 24 bunder broederenmoer gelegen te Etten-Leur.

Kinderen:

1. Claes volgt III.

2. Beatrijs (waars. buitenechtelijk) tr. in of voor 1461 Sebrecht Peter Gerits.


III. Claes Adriaensz van den Brande, geb. ca. 1420, leenman van Philips van Schoonhoven, bezat een aandeel in de 400 Bunder te Etten, ovl in of voor 1459, tr. Cornelie, zij ovl. in of voor 1490.

Kinderen:

1. Jan Claesz, ovl. voor 8 mei 1522, volgt IVa.

2. Anthonie Claesdr. van den Brande, ovl. na 8 mei 1522 en voor 22 oktober 1524, tr. Peter van Rijswijck, roeidrager van Breda, ovl. voor 1492.

Jan van den Brande stelde over de periode 1459-1469 (waarschijnlijk achteraf) een rekening samen van de inkomsten en uitgaven van zijn moeder. In de rekening noemt hij zijn "suster Antonie". De verschillende inkomsten en uitgaven betreffen o.a. gronden in Etten, Cornelis van den Brande, diens zoon Domaes en de zoon van Soete Jansdr van den Brande. Bij de uitgaven komen ook verplichtingen voor die door Jan's grootvader Adriaen van den Brande zijn aangegaan. Bij de inkomsten komen ook voor een rente van drie zester, drie viertel en zeven stuivers die werd geheven op "Gheryt van Vaeienberch te Sundert". De laatste rente betreft de hoeve van Waeyenberg te Zundert.

Jan en Anthonie erfden als jonge kinderen van Kathelijn van der Molen, begijn in het begijnhof te Breda en in 1427 meesteres van het begijnhof, krachtens testament een rente van vier zester rogs die werd geheven op de hoeve van Waeyenberg te Zundert. Kathelijn van der Molen, die overleed in 1458, was mogelijk een zus van hun moeder of van een van hun grootouders.

Anthonie Claesdr van den Brande vernoemde haar dochter Cornelie naar haar moeder. Deze joncffrou Cornelie van Rijswijk, was gehuwd met Cornelis van Drongelen, rentmeester van Oosterhout.

Anthonie rekende tot haar bezittingen het Brantse Goet te Etten. Het betreft gronden gelegen aan de Brantse Weg.

IVa. Jan Claesz van den Brande, tingieter, geb. ca. 1450 of eerder, ovl. na 10 nov. 1522 en voor 21 april 1523, tr. Margriet Jan Thomasdr van Meghen (dochter van Jan Thomasz. van Meghen en Engelberten Jan Reynsdr van der Byestraten; R417 f 156v).

Kinderen:

1. Thomas, volgt Va.

2. Frans, volgt Vb

3. Claes in 1529 broeder in het Observantenklooster te Dordrecht.

4. Marie in 1529 zuster in het Clarissenklooster te Leuven, ovl. 1550/1551, begraven in de Kleine Kerk te Breda.

Jan bezat het huis de Zevensterre gelegen aan de Grote Markt van Breda. Jan bezocht waarschijnlijk de Latijnse school in Breda, want hij schreef teksten in het Latijn.


Va. Thomas Jansz van den Brande, geb. omstreeks 1495, verver (1532), tienman van Breda 1541- 1543, ovl. 1544, begraven in de Markendaalse Kapel (Kleine Kerk) te Breda, tr. (1) voor 30 juni 1524 Jehenne Cornelis Willem Roevers dochter van Cornelis Willem Peter Roeverssone, verver, en Beatrijs Jan Conincxdr. Hij tr. (2) met Adriana Philips Willemsdr. van Poorteldonck (Borteldonk)

Kinderen:

1. Jan

2. Claes volgt VIa.

2. Mr. Willem, 28-10-1541 ingeschreven als student te Leuven,  priester te Leuven, hierna van 1555 tot 1580 priester pastoor op het groot begijnhof te Mechelen. (Zie ook RA Breda 480 f 100v).

Thomas en zijn vrouw Jehenne bezaten het huis met ververij geheten De Blauwen Leeuwe (thans Haagdijk 69) . De aanduiding ‘blauw’ wijst waarschijnlijk op een blauwververij. Het huis met ververij was afkomstig van Cornelis Willem Peter Roeverssone, de vader van Jehenne. In 1540 wordt het omschreven als: “een huys ende erve metten wech daerneven liggende metten hove verwhuys ende verwerye daerin wesende d'achter, gelegen opten Haighdyck neven Adriaen Anssem Koecxzoons huys ende erve opte westzyde ende Jan Claessen van den Brande huys ende erve opte oostzyde, achtercomende tot opte Marck”.

Vb Frans Janssone van den Brande, 1544 kerkmeester van de Markendaalse Kapel (Kleine Kerk), 1558 -1559 tienman van Breda, tr. Kathelijn Kerstiaen Anssemsdr, in 1545 verkocht hij zijn huis de Zevensterre aan de markt te Breda.

Kinderen:

1. Jan, Jan Frans Janssen van den Brande, schoolmeester te Antwerpen, verm. 4 mei 1588 RA Breda 489 f.55v. Vgl. Jan van den Brande Franqoiszoon, schoolmeester, uit Breda, Poorterboek Antwerpen 7 april 1564.

2. Niclaes volgt VIb

3. Thomas, Thomas Frans Janssone van Brande, pasteibakker te Brussel, verm. 12 nov. 1580 RA Breda 486 f. 182 v.


VIa. Mr. Claes Thomassen van den Brande, geb. ca. 1530, studeerde te Leuven, 22-08-1548 ingeschreven als student, licentaat in de rechten, schepen van Breda (1558), weesmeester van Breda (1560-1565), tr. Jkvr. Mencia Dirck Zesijnsdr, dochter van Dirck Zeesijn, schepen en rentmeester van Breda, en Elisabeth Nonne Jansdr. (R 486 f. 182 v 26 maart 1584)

Kinderen:

1. Elisabeth, geb. 1558/1559, tr. Theodore Schotte. Zie RA Breda 510 f108-110.

2. Thomas, geb. 1562/1563

3. Janneke, geb. 1564/1565

4. Cornelis, geb. 1566/1567 ook genoemd RA Breda 478 f 110v 30 juli 1574; genoemd Rijsbergen 1614. Een enkele keer wordt hij aangeduid als jonker Cornelis van den Brande

5. Marie, geb. 1568/69, ovl. 1609, tr. Joost van Dixmuyden, meijer van Valenciennes. Zie RA Breda 510 f108-110, 114.


Willem Jan Rooverssoen voogd over de kinderen van mr. Niclaes van den Brande waar de moeder van was wijlen jouffrouwe Mentia sezyns (vonnisboeken raad van Brabant Brussel - 21 februari 1579)


GAB vestbrieven Rijsbergen R 740, f. 10v, 01-04-1533

Kwam Jan Anthonis Gielis Simons als gemachtigde van Marie en Agatha van Groesbeek gezusteren en van Kathelijn en Anna van Anna Groesbeek dochteren, ook hun zusteren en heeft verkocht Diederik Zeeszijn rentmeester van de Graaf van Nassau, 1 veertel en 22 lopens rogge, die voortijds Petronella Gerrit Tiels, hun moeder was, tegen haar mede-erfgenamen wijlen Petere, Andries Potters weduwe, aangedeeld waren. (schepen¬brief van Breda 25-08-1506).

(in marge: 20-09-1611 Peter Joost van Dixmuiden, meyer van Valechijn als vader van zijn kinderen, daar moeder af was jonkvrouwe Marie van den Brande mr Nicolaasdochter (procuratie voor provoost van Valenchijn 30-03-1611) en verklaart dat Cornelis Tax 4 veertel, Cornelis Jan Cornelis Meeus 1 veertel rogge en Jacob Ghijsbrechts 22 lopens rogge afgelost hebben van de voorsz rente).


GAB vestbrieven Rijsbergen R 747, f. 202v, 28-10-1614

Cornelie Andries Jacops, wd Jan Cornelis Mouws; Andries Nuyt Jan Ooninckx [swager Cornelie]; Jacop Adriaen Jan Dielis, gh Barbara Jan Cornelis Mouw; Adriaen Henrick Martens Verwijmer, won. Breda; Anthonis Jan Anthonis Goris Jansz.; Sebrecht Jan Peeter Jan Gorisz., erfg.; Adriaen Claes Anthonis Wijnen, des Molenaerts erfg.; Marten Marten Poppelers erfg.; Roover Adriaen Roovers, erfg.; Adriaen Roover Adriaen Roovers erfg.; Pauwels Anthonisz.; Peeter Denys Jan Willems Dyrckx; Wouter Cornelis Cools; Cornelis Niclaes vande Brande, kndrn; Cornelis Peeter Roo¬vers.

VIb. Mr. Nicolaes (Frans Jansz) van den Brandt, licentiaat in de rechten, griffier van het leenhof van Breda, tr. ca. 1587 Jkvr. Elisabeth van Doerne (Deurne), weduwe van jonker Raes van Grevenbroeck, dochter van Jhr. Philips van Doerne en Johanna Willems van Kessel.

Tak III



I. Jan van den Brande alias Cocx, geb. ca. 1435, waarschijnlijk zoon van Claes Jacobsz Cocx en Soete Jansdr. van den Brande, ovl. voor 30 maart 1497, tr. (1) Heylwich Anthonis van den Langenberg, dochter van Anthonis en Kerstyne Aert Henrick Marcelis (Mers); tr. (2) Margriet Claeys Boeykens, dochter van Claeys Boeykens en Geertruyt Godert Hendricxdr.

Kinderen ex 1:

1. Jan, geb. ca. 1470 (mogelijk eerder), volgt IIa.

2. Cornelis, volgt IIb.

Kinderen ex 2:

3. Claes, geb. ca. 1480, ovl. in of voor 1516.

4. Willem, geb. in of na 1485, ovl. in of voor 1516.



IIa. Jan Jansz vanden Brande, geb. ca. 1470 (mogelijk eerder), tr. Lysbeth Jan Jan Noyts, overleden voor 1525, dochter van Jan Jan Noyts en Kathelyn Peeters van der Haert.

Kinderen:

1. Heylwich, geb. ca. 1505, overl. in of voor voor 1545, tr. Cornelis Claessen van Brecht, geb. ca1500.

2. Anne, geb. ca. 1507, tr. Anthonis Robbrecht Ysacx tr. (2) met Cornelis Jansz van Dongen.

3. Jacob, geb. ca. 1509 volgt IIIa.

4. Cornelis

5. Arnout volgt IIIb.

Jan Jansz van den Brande bezat o.a. een visserij (karpervijvers) te Achtmaal.

IIb. Cornelis Jansz vanden Brande tr Lijsbeth Adriaen Ghorys, dochter van Adriaen Goris Weerts, schepen van Rijsbergen, en Geertruijdt Aert Michiel Wagemans

Kinderen:

1. Heer Jan volgt IIIc

2. Aert volgt IIId



IIIa. Jacob Jansz van den Brande, geb. ca. 1509.

Kinderen:

1. * Anthonis volgt IVa.


IIIb. Arnout Jansz van den Brande, geb. ca. 1510 of later; ovl. in of na 1566.


IIIc. Heer Jan van den Brande, priester, 1552 vicecureyt van de kerk van Rijsbergen.

Kinderen (buitenechtelijk):

1. Marten

2. Adriane tr. Cornelis Adriaen Nouts.


IIId. Aert Cornelisz van den Brande, ovl. in of na 1565. Hij werd kort voor 16 oktober 1562 door de schout van Breda gevangen gezet en acht dagen later op borgtocht vrijgelaten.

Kinderen:

1. Heylwich ovl. in of voor 1580.


Breda Criminele rol 1560-1567-f 22v, 16-10-1562

Tusschen Aerden van den Brant, gevangene, verweerder, (vertegenwoordigd door) Boeykens die voor hem compareerde ten eenre ende mijnenheere den schoutet van van Breda van sijne officie weghen ter anderen sijde, gehoort t versoeck van des voirs gevangens wegen gedaan, is bij scepenen in Breda geappointeert dat des schout voirs den verweerder voirs schuldig sal sijn te (…) ten (…) rechts daghe naest comende. Actum opten XVI en dach in October anno XVCLXII.


Breda Criminele rol 1560-1567-f 22v, 24-10-1562

Tusschen Aerden van den Brant, gevangene, verweerder, (vertegenwoordigd door) Boeykens die voor hem compareerde ten eenre en den schoutet van van Breda van sijne officie weghen ter anderen sijde, gehoort t versoeck van des verweerders voirs, is bij scepenen in Breda geappointeert dat sijde schoutet voirs. oft sijn stadhouder des voirgenoemde Brant gevangen (…) te worden gecalangeert onder conte van ten recht ten staen ende tegenwijsde te voldoen, den welken achtereenvolgende daer na compareert is Cornelis Jacop Jansz dieruit van Aerden van der Warck en heeft gelooft en gelooft met dezen dat de gevangen den voirgenoemde schoutet alhier terecht staen en tegenwijsde voldoen sal (…) en hem daeraf eennich gebreck ware daeraf voor hem te voldoen als goet borghe verbindende daer voor hem selve ende alle sijne gueden die hij nu heeft ende namaels vercrijgen sal moghen. Actum opten XXIIIIen dach in October anno XVCLXII (…) bij de borgtocht. Wiltens, Baerle ende Warck, scepenen in Breda. Actum gevangen.


* IV.a Anthonis Jacobsz van den Brande geb. ca. 1542. In 1610 is hij 68 jaar.

Kinderen:

1. Jacob, volgt V.


V. Jacob Anthonisz van den Brande, geb. ca. 1570, ovl. voor 1627 tr. (1) ca. 1603 met Neeltke Hagens, geb. ca. 1575, overleden 1613, dochter van Hage Michiel Jacob Hagens en Heylwig Laureys Lenaerts de Vrome, tr. (2) 31 aug 1612 te Sprundel (rk) (getuige(n): Adrianus Adriani, Anthonis Adriani), gehuwd 1612 te verm. Hoeven met Tanneken Adriaen Cornelis, geboren te Schijf, dochter van Adriaen Cornelis. Zij is later gehuwd na 1626 met Jacob Willem Quirijns, overleden ca. 1677.

Kinderen ex (1):

Heyltke Jacobs, geboren ca 1603, overleden op woensdag 18 jun 1636 te verm. Hoeven, overleden aan de "haestige sieckte der peste 18 juni 1636".tr. ca. 1630 met Anthonis Cornelis Jan Lambrechts, jm van Groot Zundert, schepen van Hoeven (1631)


Tak IV


I. Michiel Michiel Kocx die men noemde Michiel vanden Brande, geb. ca. 1450, ovl. ca. 1507, won. te Breda, tr. Aechte Henricx Wildens (van den Brande), zij bezaten tot 1531 in de Caterstraat een “huys ende erve mette hove en brouhuys daer aen liggende” (thans Catharinastraat 24 west).

Kinderen (geb. ca. 1480-1485):.

1. Margriet, tr. Kerstiaen Anssems de Clerx, geb. ca. 1480, bezit huis in de Spoystraat te Terheijden, ovl. in of voor 1540.

2. Anthonis, volgt IIa

3. Heylwich, tr. jonker Engbrecht van Hasselt, zoon van Henrick van Hasselt, hofmeester van de graaf van Nassau en stadhouder van de lenen, te Breda en jonkvrouwe Everarde Laurens Everardsdochter. Engbrecht is van 24 juni 1517 tot 25 dec. 1520 schout van Turnhout; hij is dan schildknaap. Zij wordt aangeduid als jonkvrouwe Heylwich van den Brande.

4. Zoete, tr. Adriaen Peter Kocx, zij volgen IIb.

Michiel (of zijn vrouw) was erfgenaam van Cornelis Peter Nouten Heys, zoon van Soete Jans van den Brande. De kinderen van Michiel Kocx zijn erfgenamen van Marie Adriaensdr Potter.


RAWB Etten R 282, f. 6, 16-11-1508

Aechte vanden Brande weduwe wilen Michiel Cocs en Griet Michiel Cocs, Heile Michiels Cocs, met hoeren voighde (Anthonis Michiel Cocsz. hueren (borghe) voighde haer met recht gegeven, (en Anthonis voer hem selven), bekennen Adriaen Peeter Cocs voighde en man van Zoeten Michiels Cocs dochter huer swager in rechten erfdeilinge gedeelt is op alsulken drie gouden arnoldus guldenen die hen bestorven is van Michiel Cocs voirs. op alsulken pande als den brief die daer af is claerlic begrypt en inhout vanden date XIIII.c. vier, VI septembris, soe dat die zeker en vast zyn, hem daraf vertiende op seker ander goedt daer tegen verieken, zonder arch of list. Actum anno XV.c.VIII, den XVI de novembris. presentibus Cornelis en Pauwels int hoevensch


GAB vestbr. Princenhage R 424, f. 327v, 11-03-1516,765

Quam Zoete wijlen Michiels dochter van den Brande met Adriaen Peter Kocx sone haar man en voogd, heeft vercoft Jouffrou Everharde weduwe wijlen Henricks van Hasselt 2 Rgld erfchijns in minderinge van 4 Rgld. De 2 Rgld is Zoete eerder aanekomen na de doot van wijlen Michiel van den Brande haar vader, en gedeelt tegen haar broeder en zusters. Actum ut supra. Data transfix 30 aug. 1479



IIa. Anthonis Michiel Kocx sone die men heyt van den Brande, hij wordt meerdere malen aangeduid als Anthonis van den Brande, geb. ca. 1480, tr. in of voor 1514 Marie Aert Michielsdr Wagemans, weduwe van Laureys Petersz van der Schueren.

Kinderen:

1. Anne, zij wordt ook genoemd Anne Anthonis van den Brande, zij tr. Jan Jans van Mer.


GAB vestbr. Princenhage R 422, f. 43, 09-06-1514

Quamen Dyrck Aert Michielsen, Kerstyn Aert Michielsen dochter metten selven Dyrcke heuren brueder en voight, Kathelyne desselven Aert Michielsen dochter met Jacoppe van Doirne die men heyt van Sompeken heuren man en voogd, Marie oick des voirgen. Aert Michielsz dochter met Anthonis vanden Brande heuren wittige man en voogd.

Thomaes Adriaen Ghorys sone dair moeder af was Geertruijdt Aert Michiels dochter en Lijsbeth des voirs. Adriaen Ghorys dochter dair moeder af was oick die voirs. Geertruijdt met Cornelis vanden Brande heuren man en voogd. Ende lyde dat sij vercocht hebben Merten Jans van Buersteden, de rechte helftscheydinge van een buijnder beemden gelegen inden polder van Halle, gemeen en ongedeelt mette weder helftscheydinge toebehoirende Arnout Jan Ghijsels, oostwaert en suytwaert neven Jan Willemsen erve vanden Veken en westwaert neven Cornelis ..... ....... van Meerl erve, streckende noortwaert aen Marie Jan Ghorys weduwe erve.



Breda R 431f3v 31 december 1525

Jan en Cornelis gebruederen wittige sonen wijlen Claes Jansz van den Brande en Anne Claesdr van den Brande, met Jannen de Roever huer voight en met huer Anthonis Michiel Kocx als vrundt


GAB vestbrieven Breda R 451, f. 58v, 23-03-1546,120

Quamen Anne Anthonis dochter vanden Brande met Jannen Janszone van Mer den Jonghen heuren man en voight, Maria Adriaen Peter Kocx dochter met Ghijsbrecht Jan Lambrechts zone heuren man en voight vhz en oock i.n.v. Michiel Adriaen Peter Kocx zone heuren brueder die de selve Marie en Ghijsbrecht heur man hierinne vervangen, Anssem wijlen Kerstiaen Anssems zone, Cornelis wijlen Jerstiaen Anssems zone oudt omtrent 19 of 20 jaeren en Mariken Kerstiaen Anssems dochter oudt omtrent 16 jaeren, Mertten voirs. Jannen Jans zone van Mer en Ghijsbrecht Jan Lambrechts des voirs. Cornelis en Mariken curatoirs, hebben vercoft Cornelis Goderts zonen van Ghilse een stuck lants oft weye houdende omtrent een half buynder dwelck hij vercooperen voirgen. na de doot van wijlen Heylwich vanden Brande weduwe wijlen Engbrechts van Hasselt heure moeye was, heur man (…) aenbestorven is zoo wij verstonden en gelegen is in Spaendonck westwaert aen Roelof Pauwels Piggen zoons erve en oost: Wijnant Michielssen des apothecaris weduwe en erfgenamen erve, zuid: comende aen de steghe aldaer. Actum 23 dage in meerte anno 1546.


GAB vestbrieven Breda R 451, f. 59, 23-03-1546,121

Quam Anne Anthonis dochter vanden Brande cum marito. Hebben vercoft Peter Gielis Wrijters zone een stuck lants oft weyde houdende omtrent drie vyerendeel buijnder, gelegen Teteringsedijck ontrent den Voirtbosch, noord: aen Gheraerts Vinck, oost: Cornelis Adriaen Godertsz van Bavel weduwe, zuid: Hadewich Willem Berthels dr. en Rombout van Besooyen erfgenamen erve en west: aen de Voirtbossche steghe, dwelck hen vercooperen voirgen. na de doot van wijlen Heylwich vanden Brande weduwe wijlen Engbrechts van Hasselt honne moeye was toecomen en aenbestorven is zoo wij verstonden.


GAB allerhande akten Breda R 805, f. 1, 28-12-1546

Compareerde Anne Anthonis vanden Brande, met Jan Jans van Mer den jongen, als man en voogd, c.s. , als erfgenamen van overleden juffr. Heijlwich vanden Brande wed. overleden Engbrecht van Hasselt.


IIb. Adriaen Peter Kocx, ovl. in of voor 1519, tr. Zoete Michiel Kocxdr.

Kinderen:

1. Michiel, gelaesmaker te Breda, volgt III

2. Marie Adriaen Peter Kocx, tr. Ghijsbrecht Jan Lambrechts.

De kinderen van Adriaen Peter Kocx zijn samen met Willem Martens van den Brande erfgenaam van Mathijs Henrick Peter Kocx.


RAWB Hoeven 206 R 212, f. 20v, 1531

Willem vanden Brande Mertens vhz, in zijn clacht vervangende in d’erfgenamen van Adriaen Pier Cocs en Heyn Pier Cocx en Cornelis Adriaen Boone sone 1 cluft en Andries Clais Hagaerts sone en Barbara Clays hagaerts dochter, en Jan Pier Cocs in desen vervangende alte (…)

En Meeus Cornelissen voor hem en voor sine 3 kinderen, in desen vervangende t.a.z., zijn gesubmitteert (…) hueren geschillen die sij af in Rechte af waren aengelanden den deeldaghe bij Willem voirs. begeert in hueren en in erve achtergelaten bij Cornelis Ceters en noch (…) kende dat Eele hadde bij Neesen sijnde leste huijsvrouw geheeten Michiel, dat oic gestorven was voir Cornelis Ceters. En Jan Claessen, Cornelis Jansen en Jacop Thomaessen.


GAB vestbrieven Princenhage R 707, f. 179, 14-01-1536

Quam Michiel Adriaen Peter Cocx sone vhz, en Ghijsbrecht Jan Aelbrechts als man en voogd ende i.n.v. Marie Claes Peter Kocx dr. zijn huijsvrouw en van alle sijnre suster, broeders en mede erfgenamen die hij verving en Jacop Peter Hughen als man en voogd en i.n.v. Margriet Claes Hagaerts dr. sijn huijsvrouw, en van alle sijnre broeders, suster en mede erfgenamen die hij verving ende voirs. Michiel Adriaen Kocx sone, Willem Mertens van den Brande en Jacop Peter Hughen sone alle tesamen oic i.n.v. Cornelis Adriaen Boons sone, die zij vervingen, alle als erfgenamen van wijlen Mathijs Henrick Peter Kocx zone van sijns vaders zijde, in de een parthije en Anthonis Jan Lambrechts sone als man en voogd i.n.v. Cornelie Pauwel Cornelis Mertensz dochter sijn huijsvrouw die hij verving.


III. Michiel Adriaen Peter Kocx enkele keer alias van den Brande, gelaesmaker te Breda, woonde later (ook) te Bommel, geb. ca. 1510, tr. in of kort voor 1536 Maria Hendrik Buysen

Kinderen:

1. Jenneke, tr. Peter Henrick Zebrechts

2. Heylwiche



Tak V


I. Claes Jansz van den Brande, geb. ca. 1475, schipper, tr. Maria van Horick, dochter van Jan van Horick en Lijsbeth

Kinderen:

1. Jan, geb. ca. 1504, volgt IIa.

2. Cornelis, die in 1554 al enige jaren buitenlands is geweest.

3. Anne, ovl. in of voor 1559, tr. Anthonis Willem Kick.

Zij bezaten een huis op de Haagdijk te Breda.

GAB vestbrieven Rijsbergen R 739, f. 60v, 03-03-1528 Gielis Dirk Diels en Jan Gerrit Conincx, schepenen. Kwam Heylwich, Roover Jan Peters weduwe, met Cornelis, haar zoon en voogd en de voorsz Cornelis voor hem zelf en mede in de naam van alle dezelve Heylwigis andere kinderen en heeben verkocht Anna Claasdr van den Brande voor haar zelf en ook tot behoef van Cornelis Claas van den Brande, haar broeder, 5 rgld, rustende op hun huis gestaan tot Groot Oeckel en op diverse andere percelen.

GAB vestbr. Breda R 418, f. 23, 16-05-1509,58 Quam Jan Wouters van Lubeeck, heeft vercost Lijsbeth weduwe wijlen Jans van Horick, t.b.v. Marien wittige huysfrou Claes vande Brande huer dochter, een huys en erve met zijne toebehoirten, metten hove daeraen liggende, in dese doirgestoken brieve begrepen, tot alsulcke stadt gelegen en voirt ut in litera transfixis. Welck huys en erve op huden datum dese (…) gestaen en gelegen is op ten Haighdijck neven Cornelis Willem Peter Roevers des verwers huys en erve op deen side en Jehenne, Jan Jacops weduwe huys en erve op dander side. En geloofde die voirs. Jan Woutersz tselve huys en erve te vrijen en te waren metten elf schellingen en derdalve penninck en mette waerden van 5 stuyvers erfcijns in dese doirgestocken scepenbrieve begrepen en daer en boven met nog 13 gld tstuck tot 20 groten vlaems erfchijns ter quitancie den penninck 14 daer jaerlicx vutgaende.

Gevest t.b.v. Marie huer dochter voirs. Actum 21 meye 1509.

Breda R 431f3v 31 december 1525 Jan en Cornelis gebruederen wittige sonen wijlen Claes Jansz van den Brande en Anne Claesdr van den Brande, met Jannen de Roever huer voight en met huer Anthonis Michiel Kocx als vrundt


Breda R 464 f. 29 1559 Anthonis Anthonis Kicxzone oudt omtrent 25 jaeren zoo hy seyde, lyde dat achtervolgende de scheyding ende deyling eertyts tusschen Anthonisen Willem Kicxzone synen vader ter eenre ende Jannen Claesz. van den Brande, zyn oom van smoeders zyde, na de doot van wylen Anne Claesdochter van de Brand, zyn moeder was, van heur achtergelaten goeden dat Anthonis Kicx zyn vader behouden zoude alle de haeflicke goeden daer de vgn. Anne Claesd. van de Brande zyne huysfrou uutgestorven was ende achtergelaten hadde een huys ende erve tot Breda opten Haighdyck gelegen, geheyten 'de Haen'. Dat hy eertyts aen Anthonis Willem Kicxzone synen vader versocht heeft hem te willen helpen ende bystaen om buyten slants te trecken ende aldaer experientie te nemen ende voirder te leeren ende geschickter te worden ende dat deselve Anthonien syn vader hem daertoe zekere penningen ende hantreyckinge gedaen heeft tot zyn nootsaecke ende nootorst, etc.



II. Jan Claesz van den Brande, geb. ca. 1504, schipper, houthandelaar, in 1540 is hij pachter van de molen van Gampel te Breda samen met Adriaen Peter Anthoniszone en Peter Hulshouts, 1543-1545 koopman (leverancier van bier), tr. (1) Adriana Peter Willem Roevers, dochter van Peter Willemsz Roevers, verwer, en Kathelijn Goderts van Colen, ovl. voor 1535, tr (2) Jehenne Peter Willem Pauwels.

Kinderen ex 1:

1. Mariken tr. Mr. Willem Peter Cornelis, chirurgijn te Kamerik.

Kinderen ex 2:

2. Claes Jan Claes, geb. ca. 1530, volgt 3.

3. Adriana Jans, won. te Oudenbosch, geb. 1540, ovl. ca. 1615, tr. Anthonis Cornelisz van den Oudenbossche.

4. Emerentiane Jansdr, ovl. in of na 1601.

Jan Claesz bezat van 1530 tot 1537 het “huys ende erve, geheyten de Molen van Gampele”, gelegen op de Haagdijk te Breda, met een houtwerf gelegen aan de Marck. Dit huis was van 1501 tot 1530 van zijn schoonvader. Hij was in 1540 ook pachter van de molen van Gampel, een watermolen die als volmolen werd gebruikt.

"Ienneken Jan Clausens huisvrouw van den Brant" gaf in 1544 ten behoeve van de Sint Anna mis in de Markendaalse Kapel 7 stuivers.

In 1549 kocht Jan Claesz van den Brandt een huis met acht bunder land te Effen (Princenhage).

Breda R 806, f. 98, 6 febr. 1549 Jan Claesz van den Brande, genaamt "Cuerden", ingeseten poorter van Breda omtrent 45 jaar oud.

Breda 1540 24 maart 1540 f. 59v Quam Raphael van Bruheze rentmeester slants van Breda in deen parthye en Adriaen Peter Anthonissone en Jan Claessone van den Brande als pachters van der molen van Gampel bynnen deser jair xvc ende veertich voir henselven en in name van Peter Hulshouts honnen medepachter in dander, kenden en lyden hoe wel int verpachts van der molen voirsz bruerwairlic was dat deselve molen soude worden van myns genedich heren weghen der princen van Aurangyen gerepareert ende dat gedain zijn, soude de pachters voirs die onderhouden souden op honnen cost ende op pryse van tymmerluyden (…) soe dat de vorwairde dair af dat nochtans overmits dien het bevonden is by visitatie van Cornelis Willemsz timmermeester van mijnen genedich heere den prince voirsz. ende drie ander sijner luyden, dat den selven mijnen genedich heere nyet proifytelic noch geraden en (…) veel ander voirsz. molen te repareren voir ander tyt (…) sal zijn dwelc wel van noode worden sal te den alsoo de voirs Cornelis Willemsz mijns genedich heeren tymmermeester voir ons scepen voirsz verclaerde zy luyde met malcanderen overcomen sijn ende (…)dragen hebben dat de pachters voirsz inde reparatie vande molen voirsz in houtwerc en in yserwerc noch oic van die ten afscyde (…) op prijser nyet en sullen sijn gehouden mer dat evenwel de molenstenen sullen worden gepryserts oft (…) en soe wat die affiheid arger (…) waren dan die ten aencomen waren zullen die pachters voirsz dair af alsdan moeten voldoen navolgende de vorwair de dair af gemaict . Actum anno xvc ende veertich xxiiii dage in merte.

GAB vestbrieven Princenhage R 710, f. 192, 23-01-1549 Quam Jan Maes Dyrven zone, heeft vercoft Jannen Claes zone van den Brande de huysinge, schuere, hovinge en erffenisse met heure toebehoerten daeraen liggende, omtrent 5 buijnder onderlant, heyde en weyde in den Haghe gelegen tot Effen. Noord: Nicolaes de Roever, oost: sheerenstrate en voort omgaens aen sheeren vroente.

Item noch een stuck lants houdende omtrent 1 buijnder geheyten doude lant gelegen oick tot Effen, oost: Adriaen Naes Peter Dyrven zoons erfgenamen, zuid: Mathijs Maes Dyrven zoons, west: het voetpat nae Rysbergen en noord: Ghertruijdt Jan Dyrven dochters erve.

Item noch een stuck heyvelts houdende omtrent 1 buinder gelegen tot Effen in doude lant noord en oost: Adriaen Naes Peter Dyrven erfgenamen, zuid: Ghertruijdt Jan Dyrven dochters en west: het voetpat nae Rysbergen.

Item noch een stuck moers oft heyvelts en erfs houdende omtrent 1 buijnder gelegen in Heylangdonck, oost: Bastiaen Alaerts erfgenamen, zuid: Bouden Mathijs Dyrven en sijne brueders en zusters, west: het voetpat nae Rysbergen en noord: Jenneken Pauwels van Nassau.

Item noch een stuck heyvelts en erfs houdende omtrent een half buijnder, die de voorgen. Jan Maes Dyrven zone te anderen tijden van Jannen Claes Boomans zoone gecoft heeft, gelegen in zessemaickers heyvelt onder der vyerscharen vander Eeningen van Rysbergen, oost: Adriaen Petersz van Dyependale erfgenamen, zuid: de voors. Jan Maes Dyrven ander erve dwelck hij behoudt, west: aendt voetpat nae Rysbergen en noord: Adriaen Naes Peter Dyrven erfgenamen.

Item noch een stuck heyvelts oft moers houdende omtrent een ½ buijnder gelegen oick in zeyssemaickers heyvelts, oost: Mathijs Maes Dyrven, zuid: Gertruijdt Jan Dyrven dochters, west: het voetpat nae Rysbergen en noord: des voors. Jan Maes Dyrvens ander erve dat hij behoudt. Er berusten diverse commers op.

III. Mr Claes Jan Claes van den Brande, geb. ca. 1530, schoolmeester 1576, tr. met Marie Godschalck Jan van Megen, dochter van Godschalck Jan Jan van Megen en Simone Cornelisdr van Arendonck.



Tak VI



I. Domaes Henrick Domaesz, ovl. na 12 juli 1470, tr. Adriane van den Brande ovl. in of kort voor 1466, dochter van Cornelis Jansz van den Brande (zie generatie II van tak I), en Lysbeth Domaesdr.

Kinderen:

1. Cornelis (Neelken) volgt IIa

2. Soetken

3. Anthonis (Toenken) volgt IIb


RAWB Etten R 257, f. 42v, 25-07-1466

Godert, Voecht, Coninck, scepenen tEtten, Peter, Siers, Bye, scepenen inde palen etc. Jan Zeewe, als metten recht gegeven den drie onmondige kinderen van Damaes Henrick Domassen, die hy hadde bi Adriana sinen wittige wive, Cornelis van Brande dochter was, (en Domaes van Brande als toesiender vervangende etc.), te weten: Neelken, Soetken en Toenken, en heeft vertegen op alle die goeden, have en erve, die hen drien kinderen vorgenoemt in enige manieren aengestorven mogen wesen na dode Adriana hueren moeder vorge¬noemt.

Datum (in festo Jacobi in Julio) anno LXVI, XXV July.


RAWB Etten R 258, f. 12, 23-03-1467

Toen Wouter Wynricx.

Peter, Siers, Ceters, scepenen inde palen, Anthonis Anthonis Jan Reynbouts vendidit Anthonis Wouter Wynricsen, die helft sceidinge vander husinge en erfnisse mit haeren toebehoerten, ghelyc alse ..... drie buynren erfs, luttel, of also groet ghelyc datse Anthonis Anthonis Jan Reymbouts vors. vortyts vercregen heeft tegen Domaes Henrick Domaes die deselve halfsceidinge gecocht hadde tegen Henrick ... Claes Kox soens sonen gelegen suytwaert aen die wederhelft vanden husinge en erfnisse ..... die Soeten Peter Arnout Heys (?) weduwe, .... Henricx en Joes Clais .... moeder toebehorende west: Adriaen Wouter Lauwen en Toenis (of Domas) Aertsen van Brande erve, oost: Cornelis Adriaen Dirick Heylens erfgenamen en Boyen Gheertszn. noord: sherenstrate.

Te vryen die helftsceidinge vors. met heren chyse en met seven viertelen erfrogs die Roel Meeus Alaerts heffende is na inhout etc. en noch met een viertel erfrogs die Adriaen Jacob Wagemakers heffende is na inhout. Behoudelic dat medepant is etc. Gevest.



RAWB Etten R 260, f. 67v, 12-07-1470

Bye, Thonis, scepenen inde palen, etc. Domaes Henric Domas debet Symon Damiszn. van Delf XLII gulden min 12 stuver, tstuc X stuver etc. Dandum van mertiny proximo over een jaer op mertiny LXXI; voert heeft Domaes noch gelooft syn twee sonen die hy hadde by Adriana Cornelisdr. van Brande syn wittich wyf was saliger gedachten, te vervangen en in ..... te hebben dat sy noch betalen sullen den selven Symon ter stont na Cornelis van Brande doot, die tweedeel van noch XLII gulden min 12 stuver tstuc X stuver etc. Pande.


IIa. Cornelis Domaes, geseten bynnen Etten opte Loore


GA Antwerpen schepenen R 86, f. 185-185v, 24-11-1474

Cornelis Domaes, geseten bynnen Etten opte Loore, vercocht ende liet afquiten Domase van den Brande, sinen oom in de Hoevenen geseten, IIII viertelen rocx erflic, van de VII viertelen die hy jaerlicx heffende was op I hoeve met huyse etc. by de Loore te Attelaken, den voers. Domase nu toebehorende, welke erfrente Cornelise verstorven is van Cornelise van den Brande ende Lysbetten, eius, sinen ouden vader ende oude moeder wile.

Anthonis Domaes, geseten bynnen Etten opte Loore, vercocht Domaes van den Brande, sinen oom voergenoemt sesse loopen rogx van den VII viertelen voers. welke hem verstorven is van Cornelis van den Brande ende Lysbet, sinen oude vader ende oude moeder wilen.


RAWB Etten R 263, f. 17, ..-..-1475

Coninc, Zeew, Aert, scepenen tot Etten,

Cornelis Domaes Henricx (by absente Domaes syns vaders die geloofde den Scoutet en scepenen altyt scadeloos te houden vanden geboden dat over Cornelis voirs. van sheren wegen gedaen is van niet mogen vercopen) vendidit Adriaen Gherit Oegen die helft van enen buynder maden, luttel, gelegen gemeen en ongedeelt metten wederhelft Thonis synen brueder toebehorende. Te gader gelegen dat heel buynder vors. maden in Margrieten Bloc, int Elshout, oost: de Lake, zuid: Adriaen Domaessens erfgenamen, oost: aenden Gheer, noord: Peter Heer Heynen erfgenamen. Te vryen met heren cyse en metten helft van vyf gouden arnoldus gulden erfchyns die uutgaen uut den heelen buynder na inhout etc. gevest.


RAWB Etten R 263, f. 17, ..-..-1475

Iidem scabini, Cornelis vors. vendidit, bi consente ut supra, Jan Will Conincx een recht negendeel in drie buynderen maden luttel, of alsoe groet etc. alst hem aengestorven is van Cornelis van Brande.


GA Antwerpen schepenen R 86, f. 245v, 15-03-1475

Cornelis Domaes, geseten bynnen Etten op te Loere, vercocht Domaese van den Brande, sinen oom in de Hoevene geseten, tderdendeele van eenen beemdt (van) omtrent I½ buynder, daeraf dander II derdendeele Anthonise Domaes, sinen brueder, ende Godevaert Dorens toebehorende zyn, ghelegen bynnen Etten in de cleyne Maeybloke, tusschen Domaes van den Brande zuid ende den Zwarten sloot, comende west aende Grote Maeye, gelyc hen tselve derdendeel verstorven is van Cornelise van den Brande ende Lysbetten, sinen oude vader ende ouden moeder wilen.


IIb. Anthonis Domaes Vromen, “geseten bynnen Etten opte Loore” tr. Margriet Hubrecht Vinkendr, dochter van Hubrecht Vinken en Denis(e). Zij tr. ook Bertram N.N.

Kinderen:

1. Margriet volgt IIIa.

2. Denyse volgt IIIb.


GA Antwerpen schepenen R 86, f. 185-185v, 24-11-1474

Cornelis Domaes, geseten bynnen Etten opte Loore, vercocht ende liet afquiten Domase van den Brande, sinen oom in de Hoevenen geseten, IIII viertelen rocx erflic, van de VII viertelen die hy jaerlicx heffende was op I hoeve met huyse etc. by de Loore te Attelaken, den voers. Domase nu toebehorende, welke erfrente Cornelise verstorven is van Cornelise van den Brande ende Lysbetten, eius, sinen ouden vader ende oude moeder wile.

Anthonis Domaes, geseten bynnen Etten opte Loore, vercocht Domaes van den Brande, sinen oom voergenoemt sesse loopen rogx van den VII viertelen voers. welke hem verstorven is van Cornelis van den Brande ende Lysbet, sinen oude vader ende oude moeder wilen.



RAWB Etten R 263, f. 38v, 20-09-1475

Siers, Jan, Andries, scepenen inde palen, Jan Jan Sceewen als voecht Denis Hubrecht Vinken'wyf, consent etc. heeft doen besetten alsulken goeden als Thonis Domaes Henricx hadde binnen dese vierscharen, so verre dat dar vercocht waeren met recht (V 2) sesstalf viertelen erfrogs, die Thonis voirs. heffende was op die stede op Ettelaec dar Domaes van Brande woent.

Ende noch die helft vanden husinge en erve opte Loer dar Thonis en Cornelis syn brueder te gader in gevest waren ut in prothocollo precedenti, vervolcht Jan Zeewe als voecht et ad opus Denis voirs. etc., uut sheren ..... selver die scoenste coepman ad opus Denis vors.. Gevest etc. En die Heer etc. Behoude¬lyck etc. in


Hubrecht Vinken bezat beemden in 't Aabroeck, Princenhage, R 424 f 131v




IIIa. Margriet Anthonis Domaes Vromen alias Margriet Anthonisdr van den Brande geb. ca. 1485 tr. (1) Adriaen Van Hoilten, tr (2) Aert Lambrecht Ruijseners;

. Zie vestbrieven Breda R 424 scan 25 en 131v. scan 295.

Uit het eerste huwelijk in 1517 onmondige kinderen. (zie verder Zestien generaties Kavelaars-Cavelaars.)


Margriet had twee (half?)broers Hubrecht en Jan Bertrams, die grond bezaten oost- en westwaart van de 3/4 bunder beemder in 't Aabroeck, Princenhage, 27 jan. 1517 R 424 f 131v


IIIb Dyonisa Anthonis Domaes Vromen alias Denyse Anthonis van den Brande, tr. Wouter Cornelis Rijcken


GAB vestbrieven Princenhage R 705, f. 141, 15-07-1527


Margriet Anthonis Domaes Vromen gh Aerden Lambrecht Ruyseners en Dyonisa Anthonis Domaes Vromen met Wouter Rijcken heuren man en voogd, verkopen Merten Jan Mertens twee stukken beemd ¾ deel bunder gelegen in Aabroeck.


Fragmentgenealogie Marten van den Brande


Deze genealogie betreft drie generaties. Het is niet duidelijk hoe Marten van den Brande, geboren ca. 1370, zich verhoudt tot Aert en Jan van den Brande, die rond dezelfde tijd geboren zijn en in Etten woonden.


I. Marten van den Brande, geb. ca. 1370, gegoed te Sprundel, Etten en Halle.


Kinderen (waarschijnlijk):

1. Aert, volgt IIa.

2. Dyrck volgt IIb.

3. Hendrick volgt IIc.


GAB Breda cijnsregister Begijnhof, 13-08-1396, f. 10, no: 52 BCR337

Wouter Jans soen ende Aernout Jacobs soen, scepen tot Etten, kennen dat Willem Steltberch vercocht heeft Wijtman van der Beke, een zester rogs tsiaers erfpacht, te leveren met rog in den lande ghewassen tot Breda ende metter maten van Breda tot Lichtmisse, (1) uut dier husinghe ende hovinghe, daer hi nu ter tijt woent, ende uut XXV 1/2 buynre erfs, luttel min of meer, daer die husinghe op staen, ghelegen metter oestsiden aen Jans erve van den Stene, streckende metten noorteynde aen der brueder goet van sinte Jans ende met den zuytende aen ts heerenstrate; (2) ende uut vijftalf buynre erfs, luttel min of meer, gheleghen metter westside aen Martens erve van den Brande ende aen Danen erve van den Stene, metter oestsiden aen Joes erve van den Hole, streckende metten noorteynde aen ts heerenstrate; (3) ende noch uut ses buynre erfs, luttel min of meer, gheleghen metter noortside aen Peters erve van den Brande, metter zuytsiden aen Jacob Jans soens erve, streckende metten oesteynde aen der kerkenheyde ende met den westeynde aen Celen Maes soens erve. Te vrien dese onderpande voirscreven met desen cummer ende met XXX ouden groten tsiaers, een pont loventsche tsiaers, ende II zester rogs tsiaers, die daer erflijc voir uutgaen. Ende Wijtman voirscreven is in dit zester rogs ghevest in den jare M IIIc XCVI, des sondaeghs voir Onser Vrouwendach half Oest (1396 augustus 13).
Ende dit zester rogs erflijc heeft meester Heinric van der Beke, monic tot Gruenendale, Wijtmans sone van der Beke, den Goodshuyse des Beghijnhoofs tot Breda gheven, in die ere Goods ende voir sijnre ouder ziele. Dese onderpande besit nu Philips van der Lecke. (i.m.) Lichtmisse



Cijnsregister Heilige Geest Breda 1415 f. 33

Willem van Egmonde te Sprundel, van Jonaes weghen van der Elst, een zester rogs, op selke onderpant als hierna bescreven staet:

(1) Op husinghe ende hovinghe met sijnre toebehoerten, dat beleghen heeft Heyn Deenen zoen met sinen erve aen die westside ende Alijt Alaerts dochter aen die ander side.

(2) Voert aen een ghemet lants, gheleghen in die Achterste heyninghe, streckende metten eenen ende aen des heerenwildert ende metten anderen ende ten Ackerenwaert, Willem Timmermans kinder met horen erve aen die oestside, Heyn Deenen soen met sinen erve aen die westside.

(3) Item een stuc lants, gheleghen in die Claverbrake, Rover van Rijsberghen met sinen erve gheleghen aen die westside ende Han Luten met sinen erve aen die oestside.

(4) Item een stuc lants, in die Tommelt, streckende metten eenen ende aen Peters erve van den Brande ende metten anderen einde aen Han Wouters soens erve, ende aen beide siden beleghen heeft met sinen erve Merceliis die Tapper.

(5) Item een stuc lants, opten Huysacker, ende beleghen heeft Merten van den Brande met sinen erve aen die zuytside ende Deen van den Stene met sinen erve aen die noertside.

(6) Item anderhalf boenre, gheleghen in Pudmarc, dat beleghen heeft Jan van den Stene met sinen erve aen die noertside ende aen die zuytside Jan Dierics soen


Cijnsregister Heilige Geest Breda 1415 f. 72

Willem Vos, Merten van den Brande, Noyt Heyn, op VII boenre goets, gheleghen in Hal, Wouter Hein ende Tiel Linen sone op die zuutside, met den westenende an der Merkencant, metten oesteynde Jans Hollanders kinder goet. Seven schellingen groten, die daerop bewijst heeft Katelijn Wil Emme zoens wijf.

Des sal heffen die kerke uter Haghe XXVIII groten, ende die Heilghe Geest van Breda vier schellingen ende VIII penningen groten, ghelijc uyt te heffen.

Des geeft Willem Vos, van desen VII schellingen groten voerscreven, XXXI 1/2 groten, Merten van den Brande XIX groten, Magriete Wouter Heyns met haren kinderen XIX groten, Goesen, Wouter Heys zwagher, VII groten ende Jan Coerman VII groten. /

De Lazeryen buyten tGasthuys


IIa. Aert Mertensz van den Brande, geb. ca. 1395, gegoed te Etten. Kinderloos overleden.



GA Antwerpen schepenen R 7, f. 29v, 15-10-1421

Lysbeth Noyens, dochter wilen Heer Jan Noyens, cum tutore, ende Lysbeth Domaes Stevenssoens dochter met Peteren Stroeninc, haren man ende momboer, vercochten Aerende Martens sone van den Brandede helft van omtrent een half buynder lants, ghelegen tEtten tusschen Willem Domaeszone erve ende sheeren straete.


IIb. Dyrck Mertensz van den Brande, geb. ca. 1405


RAWB Etten R 255, f. 46v, 16-11-1464

Voecht, Coninck, Cornelis Stromp, scepenen tEtten, Andries Willem Domaes vendidit Gherit Adriaen Molenaers tot behoefvan Gherit Cornelis Peters en Kateline Aert Moys wittiche kinderen, seven viertelen erfrogs, dandum op Lichtmisse, veronderpand op een huys en hof en attentien, houdende achthondert roeden erfs luttel, dat Willem Domaes voortyts toebehoorde en hy ten rechten erve ontfangen hadde tegen Dyrck Martens van den Brande en denselven Dyrck aencomen en bestorven was van dode Aert Martens syns broeders. Gelegen oostende: sheren strate, zuid: s´Papen-straetken, west: Gherit Cocx erve was, noord: Willem Domaes erve was.


Te vryen met herenchyse en met alsulken kenliken voercommer als daer van rechtswegen sculdich is voer uut te gaen. Gevest 2 november in die animarum anno LXIIII.

Ende als dese brief besegeld is, soe sullen die 2 voor-brieven, den enen vanden zester ..... den anderen vanden 3 viertelen doot syn.


IIc. Henryck Mertensz van den Brande, geb. ca. 1410, ovl. in of voor 1471, gegoed te Etten en Hoeven, tr. Lysbet Harmans Wolfs

Kinderen:

1. Merten volgt IIIa.


GA Antwerpen schepenen R 37, f. 483v, 17-01-1447 (1446) Jan Baeye zone wylen Jans Baeyen, geseten te Rucvenne, vercocht Berbelen, wettich dochter Jans van Veltham, ende Lysbeth, huer wettich dochter daer vader af was Jan van den Dycke, tsjaers II Ib grot. op een stede met huyse etc., tsamen omtrent viere buynder, te Rucvenne tusschen Willem Janssone ex utramque.

Item noch op omtrent V buynder lants aldaer dweers over de strate, tusschen Katline van Wouwe ende sherenstrate.

Item noch op omtrent ½ buynder beemds, in de Hoevene inde Brantscen bloc, neffend Henricx van den Brande ende Gheerde van Bavele.

Item noch op omtrent ½ buynder beemds aldaer, dwelc omme gaet met Dierick Jan Diericxsone.



RAWB Etten R 257, f. 23, ..-..-1466  Aert Heyn s´Vromen. Godert, Coninc, scepenen tEtten,

Aert Henrick Domassen, dedit Henricx Mertens vanden Brande, alsulken erfgoeden als hier na gescreven staen: Inden yersten twee gemeten erfs luttel, metten husinge dar op staende, dar Claes Domassen plach te woenen, oost: Daem vander Hese, zuid: en noord: Henrick van Etten, west: sHerenstrate.

Item noch 2 buynder lants luttel of also groet etc. oost: aen een gemet lants hierna genoemd, zuid: Jan Stryt, west: Jan Ghiselen, noord: den ackerwech. Item noch een gemet lants luttel, of also groet etc. oost: Adriaen Gheenen, zuid: Henrick Domassen, west: aen thalf buynder vorgenoemt, noord: aen den ackerwech. (...) Om vier arnoldus gulden X stuvers pro quolibet, erfchys. Dandum op bamisse. Te vryen met heren chyse, en met twee viertelen erfrogs, jaerlix voer uutgaende uten twee gemeten metten husinge vors. en voert na inhout etc. En noch met vyff lopen erfrogs voer uutgaende uten halven buynder vors. en noch met vyftalven arnoldus gulden X stuvers pro quolibet, die Heyle, Claes Domas wedue erflic sal bliven heffende op die twee gemeten metten husinge vors. en dat een gemet lants vors. behoudelic dat die selve vyftalven gulden erfchys voer uutgaen sullen voer des vors. Aerts vyer gulden erfchys vors. en na dat halster en vyff loepen erfrogs vors. En want hy gelt gegheven heeft voer die beterscap, so is Merten dar in gevest etc.


RAWB Etten R 261, f. 70, 07-11-1471 Peter, Ceters, Bie, scepenen inde palen etc. Lysbet Harmans Wolfs weuwe wilen Henrick Mertenszn. vanden Brande, met Andries Willemszn. haren voecht etc. vendidit Alaert Adriaenszn. den Barbier, alsulken vyftalven arnoldus gulden erfchyns, etc. ut in littera suffixa, Gevest. De voogd is Andries Willem Domaesz


IIIa. Merten Henricxszn van den Brande, geb. ca. 1440, woonde te Etten, ovl. na 1470.


RAWB Etten R 260, f. 87v, ..-..-1470 Stromp, Merserien, scepenen tEtten, Merten Henricxzn. vanden Brande, debet Kerstinen Goort Ansems vel latori, vietich gulden tstuc X stuvers, welke XL gulden vors. met vorwerden dat Merten vors. dat vors. kint houden sal custbarlyc van eten en drincken, sieck en gesont, vier jaer lanc gedurende en naestcomende, en sonder middelt etc. en soe lange sal Merten voirs. die voirs. viertichgulden onder houden bruken en besigen; Bi alsoe, soe wanneer hy tvors. kint niet langer en hout, soe sal Merten voirs. die vors. XL gulden ter stont der vors. Kerstinen opleggen en betalen. Pande. En dar af heeft Mertengelooft Cornelis Domaes Harmans te doen als een borge....


RAWB Etten R 260, f. 87v, ..-..-1470 Stromp, Kerchof, scepenen tEtten, Merten Henricxz. vanden Brande, lyde dat hy van Jacob Goort Geerts als voocht, en van Stynken Goort Ansem onbejaert kinds wegen, ontfangen heeft XK gulden tsuc X stuvers etc. die selve rechten sal mogen bruken en besigen vier jaerlanck proximo ..... by alsoe dat Merten vors. tvors. kint sie selve vier jaer lanc gedurende gelooft heeft te houden custbarlic van eten en drinken, siec en gesont sonder van cledinge, welke XL gulden Merten vors. gelooft heeft ter stont als hy tvors. kint niet langer ....... opte leggen te betalen der selven kinder ....(moeder) ... En borge Cornelis Domaes Harmans.

De familie Brant te Breda, later ook genaamd Brandeke en soms Van den Brande

Deze Bredase familie wordt in de 15e eeuw steeds aangeduid met de naam Brant of Brants. Aan het begin van de 16e eeuw worden leden uit deze familie Brandeke of Brendeke genoemd. Twee leden uit deze familie worden soms echter Van den Brande genoemd. Het gaat om Jan Wijtman Brant(s), geb. ca. 1430, die ook Jan van den Brande wordt genoemd en zijn zoon Willem die meestal Brandeke, maar twee ook Van den Brande als naam krijgt. Deze familie is uitgestorven met Thomas Brandeke, die in de eerst helft van de 16e eeuw in Breda woonde.

De naam Brandeke is moeilijk te verklaren. Deze vorm kan geduid worden als een “kleine Brande”. Deze vorm komt ook voor als toenaam bij een lid van de Oosterhoutse familie. De Bredase metselaar Wouter van den Brande (geboren in Oosterhout) wordt herhaaldelijk Brandeke de Metser genoemd. Zie de tak Oosterhout.

Waarom leden van deze familie soms Van den Brande worden genoemd is onduidelijk. Een mogelijk oorzaak is dat de naam Van den Brande in Breda en omstreken veel bekender was dan Brant. Het kan zijn dat daarbij aansluiting is gezocht. Een andere mogelijkheid is dat het hier wel gaat om een tak uit de familie Van den Brande.

1. N.N. Brant, geb. ca. 1340, zijn zonen (of zoon) bezaten land nabij Ruysseners grote windmolen te Breda.

Kinderen:

* 1. Oude Jan Brant, geb. ca. 1365, volgt 1a.

2. Jonge Jan Brant, geb. ca. 1370, volgt 1b.


Opmerking: de aanduiding “oude” en “jonge” duidt vaak op broers met dezelfde naam. Het kan echter ook om vader en zoon gaan. Als dat zo is, dan heet de stamvader, geboren omstreeks 1340, “Oude Jan Brant.”


1.a Jan Brant, genaamd oude Jan Brants, geb. ca. 1360, bezat een huis met erf aan de Haagdijk (thans Haagdijk 24-46). Hij bezat land bij de watermolen en de windmolen van de familie Ruysseners.


Item XII groten payments, die Gheertruyt, her Heinric Cupers, priesters moeder beset heeft, opt huechuys, (op den Haechdijc,) neven dat veken daer men in die Donc gaet, dat voirtijts oude Jan Brants plach te siin, ende is den outsten chijns. Nu besit dat huys ende erve.

Jan Brant doude, op een stuc lants, by des Ruceneers groet wijntmolen, van des oude Heyn Verwers weghen ende van Hille des Verwers, drie loepen rogs, dat beleghen heeft Peter die Coninc met sinen erve aen deen side ende die jonghe Jan Brant met sinen erve aen die noertside THG036

{Item I lopen rogs, op een stuc erfs, gheleghen bi Ruseners watermolen, dat des ouden Jan Brants plach te sijn, ende {nu besittet} na besat Wijtken jonghe Jan Brants zoen. / Nu besit dat pant Noyden die Verwer, Wijtkens zwager. / Yken Noeydens. BCR165

Wouter Vogheleer, op siin huys, gheleghen op den Haechdijc, neven Steven Hey op deen side ende Jan Doernic op dander side, streckende achter op die Marcke. Van Jan Brants weghen, ses groten tsiaers. THG428



1b. Jan Brant, geb. ca. 1370, genaamd jonghe Jan Brants, tr. Lijsbeth

Kinderen:

1. Wijtman volgt 2a

2. Ida volgt 2b.


2a. Wijtman Brant, geb. ca. 1400, bezat het pand Haagdijk 46, bezat beemden in De Donk te Breda (ten noorden van de Haagdijk).

Kinderen:

1. Jan, natuurlijke zoon volgt 3a.

2. Lysbet Wijtman Brantsdr, gehuwd met Lambrecht Hammoer.

BCR 109

Item II groten payments, opt huys ende erve, (op den Haechdijc,) gheleghen neven Jan Ysaacs erve. Ende dit pant plach te besitten jonghe Jan Brant. Nu besittet Wijtken Brant, sijn zoen.   


Wytman Jan Brantszoon verkoopt Aert Willem Noydenszoon de verwer 15 schellingen groten op zyn huizingen gelegen opte Hagedyk tusschen Jan Ysac ende Adriaen Aert Damen nat, zoon. (Erens 306-1430)



2b. Ida Jan Brant tr. Aert Willem Noydenszoon genaamd Noyden Verwers,

kinderen:

1. Willem Aert Willem Noydensz tr. Lysbet Jan Reynerz van der Byestraten.

BCR112        Item II leliart 1/2 scheisken, heeft beset Ykens Noyens, beset tot kerssen, op Toenken Mertens huis ende Diericx Corstiaens huis (, op den Haechdijc).Later (na 1427) bijgeschreven.Zie BCR110.      

BCR271        Dit is dat Yken Noyens beset heeft, daer een ysterment af is, ende den brief is onder den capelanen.Item Yken Noyens heeft beset, op haeren hoof in de Donck, die Willem Rovers de Verwer in handen heeft, te kerssen, derdalven stuver.Ende Yken Noyens heeft noch beset, op Dierix Corstyaens ende Anthonis Mertens, wonende bey opten Haeghdyck aent Donckveken, twe lelyaerts ende een half sceysken. Ende dit is kersgelt.  


1471 juni 21

Walterus Keyen, clericus en notaris van de curie van Luik, instrumenteert dat de uitvoerders van het testament van Ide, filie legitime Johannis Brant, weduwe van Arnoldi dicti Noyden Tinctoris, aan Elysabeth, filie legitime Egidii Koenen en Heylwigi Bays, als meesteressen van het Begijnhof, overdragen een erfcijns groot 4 stuivers, door Ida bij testament daaraan vermaakt, waarvan een deel gaat uit de hof van Walteri Mathie gelegen in de Doncstege en het andere deel betaald wordt op St.Jan in mindering van een erfcijns groot anderhalve gulden, door Ida vermaakt aande kapelaans van de kerk te Breda en gaande uit een huis en erf dat in tweeën wordt bewoond door Theodoricus Cristiani alias de Touwer en Anthonius Martini, gelegen aan de Haeghdijc op de hoek van de Doncstege.


3a. Jan Wijtman Brant(s), geb. ca. 1430, ook genaamd Jan van den Brande, hij bezat een huis en hof buiten de Gasthuispoort te Breda, tr. Kathelyne

Kinderen:

1. Thomas volgt 4a.

2. Willem volgt 4b.

3. Ida, tr. Peter Daem Symonsz


Anno M CCCC LXXII (1472), XXIII dage in meye bewijsde Jan Wiitman Brants soon, van Liisbetten wegen van Buersteden, te enen schellinge groot payments erfchijns te heffen, erfliic ende alle iair te Korsmisse, op sijn huys ende erve metten hove daer aenliggende, gelegen buyten t Gasthuys, neven Cleys Symons huys ende erve {op deen sijde ende} metten hove op deen sijde ende Heyn Gieliis soon huys ende erve ende hof aen dander sijde, streckende van voir aen de strate tot achter aen Godevaerts erve van Bairle. Te vrijen dit huys ende erve metten hove voirscreven metter helftscheydingen van XVII schellingen ende II groot payments, ende noch met thien stuvers dair erfliic voir uuytgaende. Ende met desen voirscreven schellinge erfchijns sal men keersen copen ende deylen iaerlics deylen, etcetera. Hieraf is een instrument.


1472 december 23

Walterus Keyen, clericus en notaris, instrumenteert dat Johanne, fillo naturali quondam Wijtmanni Brants, in aanwezigheid van Elysabeth, filia legitima quondam Egidii Koenen en Heylwige Bays, als meesteressen, en Engelberto, filio quondam Tilmanni Egel, als voogd van het Begijnhof, erkent aan deze instelling schuldig te zijn een erfcijns groot een schelling, te betalen op Kerstavond en gaande uit zijn huis en hof gelegen buiten de Gasthuispoort.


GAB vestbrieven Breda R 417, f. 301, 17-09-1506,840

Quam Willem en Thomaes gebruederen, Jan Brandekens zonen en Yde Jan Brandekens dochter met Peter Daems hueren man en voigt, kenden en lyden, dat Jan Jansz van Eyndmer en Jan Peter Bogemakers zone als regeerders van de huysarmen tot Breda, hem wel en wittelic vernoecht, voldaen en erfquit hebben met gereden penningen, die sij van hem bekenden ontfangen te hebben, alsulcken sester rogs en thien ellen lijndens lakens lijftochte als hueren vader en hen luijdengemaict en beset was bij de testamente van Jan Noyden en hem de voirs. Jan en Jan als regeerders der armen voirs. jairlicx vuytreycken van welcken penningen als vanden sester rogs etc. die de voirgen. personen hen bedancken goede betaelinge en scelden dairaf quit den voirgen. regeerders van den armen en allen anderen.


GAB vestbrieven Breda R 417, f. 30, 22-05-1508,68

Quam Willem Jan Brandekens, kende en lyde, dat Thomaes Jan Brandekens sijn brueder tegens hen gescheyden en geerfdeelt is op een huys en erve mette hove en sijne toebehoirten, daer deselve Thomaes in woont, dat gestaen en gelegen is opt Gasthuyseynde neven Bouden van Abfelts huys op deen side, dat hen beyden aenbestorven was na doode van hueren vader voirs. en Kathalyne hun moeder.

Ende dat hij Willem voirs. daertegens wel verlyct is met andren goeden, ende penningen, die hij van den voirs. Thomaes bekende ontfangen te hebben en dair hij wel mede te vreden is, en bekende de selve Willem ...... Actum 1508, 22 dage in meye.


4a. Thomas Brandeke, ovl. na 28 april 1518.

GAB vestbrieven Breda R 419, f. 30v, 18-06-1511,76

Thomaes Brandekens heeft vercoft Zoete, weduwe wijlen Jacops van Godewijck 2 Rgld sjaers op Sinte Mertensdach inden winter, uit en op zijn huis en erf, daer hij nu in woont, gestaen en gelegen opt Gasthuyseynde neven Marie Cornelis Balmakers weduwe huys en erve op doostzijde en Margriet Wouter Geryts weduwe en erve op dander sijde.


In 1518 is Thomas Brendeke toesiender over de kinderen van Peter Ghijben.

4b. Willem Jan Brants alias Brandeken (Brendekens), slootmaker, geb. ca. 1470, ovl. voor 7 nov. 1517. In 1523 wordt hij genoemd Willem van den Brande, tr. Engele (Engelbert) Jan Brocx, dochter van Jan Henrick Brocx.