Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

Steenbergen-Wouw

Van den Brande te Wouw

De eerste vermeldingen van  de naam Van den Brande te Wouw dateren van het begin van de vijftiende eeuw. Het gaat om ene Jan van den Brande die grond te Oesterle (in het oosten van Wouw) verwierf van de Sint Bernaerdsabdij. Zijn grootvader van moederszijde, Jan Geenen, wordt in 1359 al vermeld te Wouw.

In het cijnsboek van het Land van Bergen en Brecht uit 1359 komen echter geen Van den Brande’s voor. Wel de grond te Wouw die Jan van den Brande van de Sint Bernaerdsabdij verwierf. Mogelijk werkte zijn vader al op het land van de abdij of hij kwam van elders.

Ook in Steenbergen woonde in het midden van de 16e eeuw een familie Van den Brande. Die volgt later op deze pagina.

I. N.N, geb. ca. 1330, tr. N.N. Jan Geenen dochter. Jan Ghene (van Oesterle) wordt vermeld in het cijnsboek Land van Bergen en Brecht uit 1359 te Wouw.

II. Jan van den Brande, geb. ca. 1355, ovl. in of na 1421 en voor 1431.

Jan van den Brande verwierf goederen, waaronder een stede te Oesterle (Wouw), van de Sint Bernaerdsabdij tegen betaling van een rente van 16 oude groten tournoise. In 1431 bevestigt zijn zoon Hendrik de betaling van de rente.

In 1421 belender van Gheerd Reyner Faes te Wouw.

Chijnsboek Wouw vroeg 15e eeuw

Jan van den Brande van der moenken goede van St. Baernts

Item van broeder Denijs goede tot Westerle

Item van Jan Geene(n) sinen oude vader

Item van Meeus Jan Hyman Geilen f

Item van Jan van Ghineken

item van den selven Jan van den lande in den acker

item van Jan Gers Yden f van den lande in den acker

item van Jacop van den Hovele

Item van Pieter Vase

item van Jan Machiels f

item van der heiningen in sHontsbroec was coman Jueten comende van Jan Rembouts

Item van Arent Ghineken

Item van den chijse van Beke van der Moncken van St. Barnaerts hof bij Jan Boems

In het cijnsboek d.d. 1359 worden te Wouw vermeld de goederen van de monniken van Sint Bernaerds en broeder Denijs van Sint Bernaerds.

Antwerpen 1420 f. 295v

Jan vanden Brande van Woude vercoft Jacobe vander Donc een tsiaers erfpacht ii viertelen groot op een stede met huyse hove en landt gestaen en gheleghen binnen de parochie van Woude tOesterle tussen Willem Roelants erve en Jans erve van Ghastele; item iii buijnder beemde ald int sHontsbroec tussen heer Jans van Oesterle en Peter Faes erve.

De stede van Jan van den Brande naast Willem Roelants ging over op zijn zoon Hendrick die in 1431 de abdij en convente van Sint Bernaerts een rente schuldig schuldig verklaerde. De stede was toen 3 bunder groot.

Antwerpen 1421 408r

Jan vanden Brande van Woude vercoft Jacoppe vander Donc op stede te Woude tOesterle conform bovenstaande akte uit 1420.

III. Henric Janszone van den Brande, geb. ca. 1385, ovl. in of voor 1436, tr. Heylzoete Petersdr. Hij bezat gronden te Oostelaer en in De Mertel te Wouw.

Kinderen:

a. Jan, volgt IVa

b. Pauwel volgt IVb

c. Henric volgt IVc

Chijnsboek Wouw begin 15e eeuw

Heynric Janss van den Brande sijn ste(de) tOosterlaer met ii stucksen lands tenen aen malcanderen  ligghen(den) vi gemet; inde Mertel ii stucken lands iii gemeten c r(oeden);noch inde Mertel dander sije vande Weghe v c r(oeden);neven de c r(oeden) I gemet; opte Oestelaerse acker comen van Ma(..) Lijpen iii gemet iiii c r(oeden).

Heynrichen van Branden sijn ste(de) tOostelare v gem iiii xl r(oeden), tennen deste geheten den Mertel iii gemet; Uvt Reyner Janss chijse den Velt Acker xii copsaet; van Lauwe Geert wille I (…)uye met iii stucke lands (…)

Antwerpen1424 291v

Henric Janssone vanden Brande te Woude verc Janne den Hont alias Lodder, Aerde en Lijsbet sHons stede te Woude; land ald tuss den Zuecwech.

Antwerpen 1425 174r/v

Heinric vanden Brande en Jacop Claus Gheertssone te Wouwe verc Janne den Hont alias Lodder, Aerde zijn broer en Lijsbeth sHonts zijn zus lant te Wouwe tuss de strate; etsels ald; huis te Wouwe.

1428 59r/v Peter Nouts sone van Wouwe verc Janne, Gielijse, Adriane en Lijsbetten wett kinderen Jan Smets x Lijsbeth vanden Beemde op stede te Wouwe; lant ald aenden Hogenwech; lant ald tuss sherenstrate.

59vo: Peter Noutssone van Wouwe bekende Heinric vanden Brande.

1430 404r Henric vanden Brande te Wouwe verc Bertelen Willemss op Deckerslant te Wouwe.; Lambrecht Willemss heffende op sHeerecxlant te Wouwe.; land te Wouwe inde Nieuweheyninge tuss eenen Zuecwech.

1430 242r Jacop Claus Gheertssone van Wouwe verc Henrike vanden Brande.

1430 242r Henrike vanden Brande verc Jacope Pec van Berghen stede te Woude.

1431 26r Henric vanden Brande te Wouwe debet godshuise van Sente Bernaerts; stede tOesterle te Wouwe.

1431  Lijsbet Mannekens weduwe Jan Honts, Jan de Hont, Aert de Hont, Bouwen de Hont en Gielise broer, Lijsbet Honts x Janne vanden Brande, Magriete sHonts x Wouteren vanden Broeke, Clare en Beatris sHonts kinderen wilen Jan sHonts verc Heinricke Hasselberch

1435 32v Heinric vanden Brande te Wouwe verc Heylwigen vanden Dijke lant te Wouwe

1436: 86v Heylzoete Peters dochter weduwe Henrix vanden Brande te Wouwe; also verre als zij ontschaect werde oft buyten hoeren wille van hoeren brueders tot eenige wett man te nemen gedrongen worde.


IVa  Jan van den Brande, vgl. Jan van den Brande wonende te Gastel, wordt 1435 poorter van Antwerpen.

1437 229v: Heynric Nouts sone te Wouwe verc Janne vanden Brande

1438:  506vJan vanden Brande te Wouwe verc Godevaerde Andriess stede te Wouwe tuss sheerenstrate en copsaetlants tuss sheerenstrate.

1439: 162r Jan vanden Brande te Wouwe tSaeftels verc Willeme Andriess van Nyspen op stede tSaeftels vors tuss sherenstrate daer een zuecwech duergaet.

1442: Jan Wormerssone en Peter uter Wilghen te Woude te Westerle verc Pauwels de Beere op stede te Wouwe te Westerle tuss Peters erve en Jan Loeyers en op beemd ald neffens den westerliken dijck en op stede aldaer tuss Jan vander Lec.

74r Cornelis de Zeelande alias de Manghelaer verc meester Pauwelse voirs rente op stede te Wouwe te Saeftels tuss Jan vanden Brande en Lambrecht de Queckers en op lant aldair tuss Jacops Gheerdssoens en Aernts Faes en op lant al dopten acker tuss Jacops vander Heyden en Jan Vrients.

Jacop Geerdss te Wouwe tSaestels verc Loeycke van Hoesvelt x Mechtelt Boudens dochter van Spelle op stede gel tSaestels tuss Jans vanden Brande en Jans Mangeleren; eede van Symoen Janss: dese brief is verbrant geweest

1443 403v  Jan vanden Brande van Wouwe verc Janne Bornecolven den ouden en Janne zoon bij Magriete Vits op stede te Wouwe tSaeftels; land geh den Briele te Wouwe.

1445: Jan Mathijssone te Wouwe deb Adryane vander Moelen vander thienden geh Saeftels te Wouwe.

Jacop Boudenss en Jan vanden Brande te Wouwe deb Adryaene voers vanden thienden geh Vroenhout bynnen Wouwe; stede bynnen Wouwe tSaeftels

In 1480 was Jan van den Brande pachter van de Westmolen te Wouw.

IVb Pauwels van den Brande, woonde te Wouw, ook gegoed onder Roosendaal

1442 6r: Gheerd van Borckelaer verc meester Pauwelse de Beere rente op stuc lant bynnen pchie (parochie) van Wouwe (Wouw) tuss Jan Claussoens ende den zoecwech en op erf onder lant ende eeusel tuss Pauwels vanden Brande en Gheerd van Borckelaer.

1447: Jan vanden Brande te Wouwe deb Pauwelse vanden Brande broer.

1487: Pauwels van den Brande verschijnt voor schepenen van Roosendaal en belooft als borg voor Thonijs Michilesz aan Cornelis Pier Piermansz 15 rijnsgulden te betalen 

Vgl ook A.M. Bosters, cijnsen en renten behorende tot de kerk van Roosendaal (mooie stukken gevonden in de abdij van Tongerloo). Daar wordt in 1461 een Pauwels van den Brande genoemd.

IVc Henric Henricszone van den Brande, geb. ca. 1430, vermeld te Wouw

IV of V Aert Henricxsz van den Brande

In 1495 koopt Aert van den Brande Henricxsz een hofstede in het dorp Kruisland.  In 1504 treedt een Aert van den Brande, daar als schuldeiser op. 

V. Hendrick Aertsz van den Brande, geb. ca. 1475 of eerder.

Schepenbank Oudenbosch 0031. Rol van zaken waarin de schout optreedt. 12 juli 1503 f.54 Ten daghe voirsz soe geloven Aerndt van den Brande en Jan Alaertsz inne te staene en te voldoene als gueden borchen ende principale voir de somme van (…) gulden tot behueff van mijn heren van Berghen off alsucken (…) als mijn heren voirs Heynric van den Brande des vornoemde Aerndt wittichsoen (…) Zoe gelooft Bertelmeeus Jacopssz hier voer inne te staene als een guede borche ende Aerndt en Jan voirsz geloven hueren borghe wederom scadeloos te quytene (…)

VI. Reyn Henricx van den Brande

Hij bezit in 1574 land te Oostelaer (Wouw). Het (vanaf) 1560 aangelegde schotboek van Wouw vermeldt ene Cornelis Reynen met diverse percelen die van Reyn Henricx van den Brande afkomstig zijn. Waarschijnlijk was deze Cornelis een zoon van Reyn van den Brande.

Steenbergen

I. Laureys van den Brande, geb. ca. 1430, tr. Lijsbet Connebiers

Kinderen ex Lijsbet:

1. Jan, volgt IIa.

2. Adriaen, volgt IIb.

Kinderen uit ander huwelijk van Lijsbet:

3. Bale , tr. Adriaen Ghijs, won. 1517 te Antwerpen.

4. N.N. Willem Cornelissen van Berghen, won. 1517 te Roosendaal.

Lijsbet Connebiers bezat een vierde aandeel in de beide molens te Steenbergen. Haar kleindochter, Janneken Adriaensdr van den Brande, verkocht dit aandeel aan graaf Hendrik van Nassau

RHCB Steenbergen 906 R 1707, f. 13v, 19-05-1475,16

Laureys van Brande als wittich man en momboir van Lijsbet Connebiers heeft calangye gedaen aen alsulcke pandingen als gedaen sijn aende goeden die Matheeus Connebiers tanderen tyden met rechte hier wtgewonnen heeft voer zeckre lyftochte ende toebehoerden Lijsbet Connebiers seggende ende hopende, dat niemant erftlick wtwinnen en sal alst en mach voer lyftocht langer dan de pensionarys heeft vander voerss. Lyftocht ende hoepte soe wanneer die afluvich worde, dat hij inden name van sijnder huysvrouwe soe verde hij en sij dan leefden, hair hant weder soud slaen ende haer voerss. Goeden etc. Actum 19 in meye ende Laureys voerss. Maect haer af quitancie en hem Cornelis Cornelis altgene daermede te doen etc. Actum et ….. ut supra ende Joes Raessen c……..??

IIa. Jan Lauwerssen vanden Brande, geb. ca. 1460

IIb. Adriaen Lauwerssen vanden Brande, geb. ca. 1460, tr. Mariken

Kinderen:

1. Janneken, geb. ca. 1485

RHCB Steenbergen 906 R 1507, f. 115v, 14-07-1510,115

Merchelis Cornelissen bekent wittelickx vercoft te hebben om een somme van penningen hem ten vollen ende al wel betaelt den lesten penninck metten yersten Jannen Lauwerissen vanden Brandealias Connebier daer moeder af was Lijsbet Connebiers ende Janneken Adriaens dochter vanden Brande, daer moeder af is Mariken [niet ingevuld] dochter een losrente van thien Rgld ende vijf stuvers tsiaers te betalen alle jare den voerscr. Jannen ende Janneken oft den thoenre des briefs te lichtmisse daer af die Ierste rente verschinen sal te lichtmisse naestcomende. Ende dese voorscr. rente heeft de voerscr. Merchelis verseckert ende veronderpandt op ontrent 13 gemet ende 80 roeden landts mette huyse ende schuyre daerop staende, gestaen ende gelegen dit voers. landt metten oostende Harmans Viwer??, metten westende Anthonis Colen weeskindren landt metter noordzijde des heerenstrate. Ende vuyt desen voers. 13 gemeth landts gaet jaerlix vuyt 30 sts. die daerop heeft de prochiaen voer de zeven getijden te singe op sacramentsdach.

Item noch 24 sts. die de prochiaen heeft voer heer Cornelis Connebiers jaergetyde.

Item het gasthuys van Steenbergen een viertel rogs ende des heerenchijns end dickagie.

Ende om dese voerscr. thien Rijnsgulden ende vijf stuvers beter te verseckeren, soe heeft de voorscr. Merchelis noch te onderpande gestelt ontrent twee gemet landts oeck gelegen int oude landt voerscr. metten oostende aent ventstraetke van de 6 gemeten, en metter zuytzijde aen des voers. Merchelis huys metten westende Jacop Vollaerts Bogaert en metter noortzyde Adriaen van Brouhezen landt.

Gelovende de voers. Merchelis Cornelissen alle die voerscr. landts te vrien te waren ende te claren van allen voercommer ende calaengie vuytgenomen den commer voer genoempt ende des heerenchijns ende toecomende dyckagie. Des soe is ondersprocken dat de voerscr. Merchelis oft sijne nacomelingen dese voers. rente sal mogen lossen tot twee male den penninck 16 met verschenen rente nae advenandt van de tyde.  

RHCB Steenbergen 906 R 1507, f. 305, 14-11-1516,305 (paasstijl)

Kennen dat voor ons comen is Willem Cornelissen van Berghen, nu ter tyt wonende te Rosendael, ende bekende wittelycken vercoft, getransporteert en overgedraghen te hebben Janneken Adriaens dochter van den Brande, om een somme van penninghen, hem te vollen ende al wel betaelt den Iersten penninck metten lesten [erboven: den ondergescreven percheelen].

Inden Iersten een derdendeel Inde helft van eende erfrentbrief van thien Ryns gulden ende vyf stuvers tsiaers spreckende op Merchelis Cornelissen goeden alhyer int oude landt van Steenbergen metten thien jaren achterstels vanden selven derdendeel, welcke Rente ofte derdendeel gecomen is van Jannen Lauwerssen van den Branden, half broeder van des voerss. Willems huysvrouwe.

Item noch een vierendeel int gedeelte dat Lysbet Conebiers hadde In beide die molenen alhyer tot Steenberghen.

Item daertoe noch een derdendeel Int vierde gedeelte dat Lysbet Connebiers (ged)eelte vanden moelen ..t oeck den achterstelle ..nde selven gedeelten dat den selven Willemen comt van Jannen Lauwerssen synen zwager voerss. Ende daertoe noch alle die andere acxien ende qestien die de voerscr. Willem der voerscr. Janneken Adriaens dochter soude moghen eyschen.

Alle dien sonder fraude ofte argelist ende schelt de voerscr. Willem Cornelisz van Berghen met desen quyte der voerscr. Janneken Adriaens dochter ende allen anderen deser letteren behoerende vanden percheelen voergenoempt ende van allen anderen axtien ende questien.

Actum opten xiiiiden dach van novembry Ao. Xvi, present Anthonis Jansz. Onse schoutet, Cornelis Willemssen en Joes Gheertsen scepenen.

 

Op dese voerscr. Gedeelten vanden moelenen Is Janneken Adriaens dochter naeden drie sondasche geboeden vonnislycke Inne gevest ende gearft nae deser Stede Recht ende heeft de voerscr. Janneken met haren voighde voer ons gelast te onderhouden alle gebuerlycke Rechten.

Actum opten iiiiden dach van Jannuario Ao. 1500 ende 16 nae scriven tshoefs van Cameryck, present Cornelis Willem Claessen, Heyn Thonissen, Joes Gheertssen ende Jan Joessen scepenen.

RHCB Steenbergen 906 R 1507, f. 309, 19-12-1516,309

Kennen dat voer ons comen is Willem Willemsz Moykens Inde name ende als voeght van Janneken Adriaens dochter vanden Brande ende bekende wittelyck vercoft te hebben Inde name als voeren mr. Raes van Lyekercke Rentmr. van Roesendael tot behoef vanden eedelen en welgeboren heer heeren Henricke grave tot Nassau Vyanden ende tot Catzennellenborge en heer tot Breda, Diest, Grimbergen ende tot Steenbergen ende onsen heer.

Alle alsulcken twee gedeelte als Lysbet Connebiers hadde In beyde de molenen alhyer tot Steenbergen.

[begin doorgehaald!!] ende daertoe noch die twee deelen vanden vierengedeelte dat sij vellek?? overgedeelte gecomen is van Jannen vanden Brande ende nu gedeelt is in drien daeraff hyer vercoft wordt Willem van Bergens deel ende de voerscr. Jannekens deel dat hem (of hen) gecomen is by aflivicheyt van Jannen voerscr.[einde doorhaling!!] daeraff dat Janneken heet een deel vercreghen heeft van Willemen van Berghen haren oome ende het ander gedeelte by aflivicheyt van Adriaenen vanden Brande haren vader zaliger.

Gelovende met Adriaenen de Backers twee weeskinderen derdendeel gemeyne vercogt dese voerscr. twee deelen voer de somme van 16 (of 1600) Rijsgulden eens te betalen ten.....?? drie geboeden. Ende die cooper sal dese voerscr. coop terstont aenverden naden opdracht maer de huy........ die voerscreven sijn voer Sinte Merty laestgeleden sal ontfangen die vercooer lyfcoop ende godspenninck ........??

Op die voerscr. twee gedeelte is mr. Raes van Lyekercke Rentmr. Inden name van onsen heer van Nassoaw voerscr. naden drie sondasche geboeden vonnislyck inne gevest ende geaerft nae desen Stadt Recht ende heeft voer ons geloeft te onderhouden alle gebuerlycke Rechten.

Actum opten 19e dach van Decembry Ao. 16, in presentie van Anthonis Janssen onse schoutet, Jan vande Havenen, Jan Joesz van Lyekercke en Cornelis Willems scepenen.

Nass. Dom. Drossaers 2625, 19-12-1516

Jan an der Havenen en Jan van Lyerkercke, schepenen van Steenberghen, oorkonden, dat Janneken Adriaens dr. Van den Brande verkocht heeft aen heer Heynrick, graaf van Nassou enz., heer van Breda, Grimbergen en Steenbergen, de 2/3 deelen in de beide molens te Steenberghen, die Lijsbet Cannebiers toebehoord hebben.

RHCB Steenbergen 906 R 1507, f. 331, 23-08-1517,332

Kennen dat voor ons comen is Adriaen Ghijs van Antwerpen als volcomen macht hebbende van Jannen Adriaen Ghijs sijnen zone daer moeder af was Bale Lauwe  Ende nae vuytwijsen eende procuratien van Antwerpen daeraff voer ons gebleken ende bekende wittelyck vercoft te hebben Janneken Adriaens dochter vanden Brande, die percheelen hyernae volgende.
Inden Iersten een derdendeel inde helft van eende erfrentbrief van thien Rijnsgulden v st. tsiaers spreckende op Merchelis Cornelis goeden alhyer Int oudelandt van Steenbergen metten thien jaren achterstels vanden selven derdendeel welcke Rente ofte derdendeel gecomen is Jannen Lauwereys vanden Branden halfbroeder vander voerscr. Balen zaliger.

Item noch een vierendeel Int gedeelte dat Lijsbet Connebiers hadde in beyde molenen alhyer tot Steenbergen.

Ende daertoe noch een derdendeel Int vierde gedeelte van Lysbet Connebiers gedeelte vande molenen met oick den achterstelle vanden selven gedeelten dat oick gecomen is van Jannen Lauwersz voerscr..

Ende daertoe noch alle die andere axtien en questien die de voerscr. Jan oft yemant van zijnen twegen der voerscr. Janneken souden mogen eyschen. Gecoft dese voerscr. gedeelte ende percheelen van goeden en axtien voer de somme van 39 Rgld eens daeraf Adriaen Ghijs inden name als voer hem bekent te vollen ende al wel voldaen ende betaelt te sijne den lesten penninck metten Iersten.

Alles sonder fraude ende argelist. Scheldende de voerscr. Adriaen Ghijs Inden name als voer met desen daeraf quyte den voerscr. Janneken Adriaens dochter ende allen anderen  desen lettere behoudende vanden percheelen voergenoempt ende van allen anderen axtien en questien.

Op dese voerscr. percheelen van goeden is Janneken Adriaens dochter naden drie sondasche geboeden vonnislycken Inne gevest ende geaerft nae desen stadt Recht ende heeft met haren voeghde voer ons geloeft te onderhouden alle gebuerlycke Rechten.

Actum opten 23e dach van Augusto Ao. 17. Present Claessen Willemsen, Lyerckerke ende Gheertssen scepenen.

RHCB Steenbergen 906 R 1507, f. 339, 28-09-1517,340

Kennen dat voer ons comen is Willem Willemsz Moykens in name en als vooght van Janneken Adriaens dochter vanden Brande. En bekende wittelycke vercoft te hebben in name als voer mr. Raessen van Lyekercke Rentmr. van Rosendael t.b.v. de eedelen ende welgeboren heren Henricke Grave tot Nassou tot Vianden ende tot Catzenellenboge en heer tot Breda, Diest, Grimbergen ende tot Steenbergen ende onse genaden heer. Alle alsulcken vierendeel int gedeelte dat Lysbet Connebiers hadde in beyde molenen alhyer tot Steenbergen ende daertoe noch een derdendeel in des voerscr. Lijsbets Connebiers vierendeel metten achterstellen welcke gedeeten gecomen sijn van Jannen Lauwerssen vanden Brande. Gecoft dese voers. gedeelten voer die somme van .... Rijnsgld eens te betalen teynde die geboeden etc.

Op dese voerscr. gedeelen is Mr. Raes van Lyerkercke Rentmr. voerscr. tot behoef vanden Grave voerscr. naden drie sondasche geboeden vonnislicke inne gevest en geaerft nae deser stadt recht.

Actum opten 28e dach van septembry Ao. 17.

Nass. Dom. Drossaers 2638, 28-09-1517

Jan van der Havenen en Jan Joesz. van Lyerkercke, schepenen van Steenberghen, oorkonden, dat Janneken Adriaens dr. van den Brande verkocht heeft aen Heinrick, graaf van Nassauw enz. heer van Breda, Steenbergen enz. ¼ en 1/3 van het aandeel, dat Lijsbet Cannebiers had in de beide molens te Steenberghen.


Heer Cornelis van der Legge alias van den Brande


Heer Cornelis van den Brande, priester, komt zowel voor met de naam Van der Legge als Van den Brande. Alhoewel hij vaak als Heer Cornelis van den Brande wordt aangeduid, was dit (waarschijnlijk) zijn alias. De aanduidingen Cornelis van der Legge ofte Brande en Cornelis van der Legge alias van den Brande wijzen daarop. In Hildernisse waar hij in 1520 een huis kocht dat tot ca. 1550 in zijn bezit bleef, werd hij altijd als Van den Brande aangeduid. In Etten-Leur wordt de familie echter steeds Van der Legge genoemd.


Hij was een zoon van Peter Jansz van der Legge. De broer van Heer Cornelis, Mathijs Pieter Jansz, wordt in 1520 ook Van den Brande genoemd.


Heer Cornelis was ca. 1530 possesseur en rector van “den Heijligen NootGods van den Seven Weeden (=droefheden, smarten) van Onser Liever Vrouwen in de kercken van Woensdrecht”.


Heer Cornelis bezat een hoeve te (of nabij)  Moerstraten. Hij heeft ca. 1527 vier bunder heide te Moerstraten van de heerlijkheid in gebruik  genomen. In de jaren daarna vermeldt de rentmeester ieder jaar de additionele betaling op de cijns uit Moerstraten.


Te Etten (even ten zuiden van Zevenbergen) bezat hij beemden gezamenlijk met Jan Geertssen (Wolf) en Symon Willem Geertsen (respectievelijk zoon en kleinzoon van Gerrit Willems de Wolf).


In 1520 kocht heer Cornelis een huis op de Roversberg te Hildernisse. Zijn broer Mathijs Pijetersz van den Brande is voogd van een van de verkopers. Mathijs komt ook voor in Etten.



Hildernisse-Schepenprotocol inv.nr. 5 f4. , 21 mei 1520

Wij Cornelis Jansz en Jacop Jansz schepenen binnen der vyerscharen van Hildernisse kennen dat voer ons quam Maijken Claes dochter weduwe van Simon de Decker met Lambrecht Adriaensz haren voochd en Mathijs Pijetersz van den Brande voocht van Claes Simonsz en bekenden voir ons dat zij wel en wetteliken vercoft hebben een huijs metten berge en leene en alle sijnder toebehoorten, bi den koope Heer Cornelis van Branden den koop voor xx ponden brabant van welke penninge de voergenoemde weduwe met haren voochde vol en al betaelt kennen den ijersten penninck metten lesten. Item dit voirsz huijs metten leene en alle zijnre toebehoorten ys ghestaen en ghelegen op Roversberch binnen dese ghemarken de oostsijde en noortende tsheeren strate, de westside Claes van Lyeren erve, tzuijten Lijnken Jongelinx huijs en leen, item dit voirsz huijs met alle zijnder toebehoorten ghelooft de voirsz weduw met haren voochde te vrijen te waren en te claren totten datum desen coop tot nugenomen, xv stuvers tsiaers voeruitgaen heffende Cornelis Willemsz Bollart, en noch xiii stuvers tsiaers heffende Frank Jansz van Goorle en noch Willem Mularts xv stuvers tsiaers en noch Digne Kemp xi stuvers tsiaers en noch negen item min een oort tsiaers heffende Cornelis Cornelis Mathijsz Item xii ½ stuvers heffende Heijndrick Jansz, item alle dese voirsz renten moet Heer Cornelis tot zijner last houden, want sij aen voersz somme afgecort zijn den penninck sestijene alle dingen sonder arglist, ghedaen en ghepassaert en (…) van scepenen voirs anno xvc xx den xxi dach van meije.


RAWB Etten R 261, f. 19, ..-..-1471

Voecht, Stromp, scepenen tEtten, Jan Reyersz. vander Biestraten, Adriaen Godert Tielen en Lambrecht Henricx Potters als executoers gemechticht ut in littere pretate, vendiderunt Peteren Jansz. vander Leggen, Alsulken gouden Rynschen gulden tsjaers erfchyns etc. ut in littera suffixa. Behoudelyck die executoers altyt ongelast sullen syn enige waernissen te doen ut supra. Gevest. Het en ware of Peter vors. of syn nacomelingen van ider erfgenaem enige schade of last gecregen. Dat geloofden die executoers altyt hem op te rechten etc.



RAWB Etten R 286, f. 76v, 12-10-1516

Mathys Pieter Jans vanden Leygge kent om 1 somme vercocht te hebben Heer Jacop Alaerts alsulcken buynder landts na inhout des ouden briefs, te vrien en te waeren met 3 quartier loopen erfpachts. Gevest anno XV, XII octobris, Put, Goort.



RAWB Etten R 299, f. 93, 22-07-1530

Heer Cornelis Peeterssen vander Legge met Cornelis Cornelissen Jan Goortssen vorster tot Etten zyn voight hen metten recht gegeven, vendidit Cornelis Ariaenssen de Cooter ((die helftsceydighe)) van vier gemeeten beemden gelegen achter Bollendonck, ongedeelt en jairlycx omgaende met Jan Geertssen en Symon Willemssen ((in enen block van vier gemeeten)), oost: aen Doude Vaert, zuid: aen Willem Coevoets en meer anderen, west: aen Bolendonck, noord: aen Heyn de Backer. Te vryen met sHeren chynse en X ½ st. tsiaers erfchyns, dair jairlycx vutgaende. Gevest den XXIIsten dach in Julio anno 1530. Present, Put, en Goyaert Jan Goortssen.


RAWB Etten R 299, f. 97v, 26-07-1530

Oirconden dat voir ons quam Heer Cornelis Peeters vander Legh met Cornelis Cornelis Jan Goorts vorster nu ter tyt tot Etten en vendidit Geert Willem Sconck alsulcken twee veertelen rogs tsiaers erfpachts als die voirs Heer Cornelis jairlycx heffende is op zekere onderpanden die Thoen Neel Adriaenssen in handen heeft alsoe die voirs Thonys voir ons bekent heeft en alsoe een andere brief van sess gulden en achtalven st. tsiaers erfchyns die na desen twee veertelen rogs op deselve onderpande versekert zyn clairlyck vuytwyst vanden datum 1400 en 30, 29 daghen in Junii en dair desen brief aff verloren is. Te betalen op onsen Liever Vrouwen dach Lichtmiss naestcomende, veronderpandt op een buynder lants gelegen inde Banacker, oost: aen sHeren strate, zuid: aen Peeter Adriaen Lauwen, west: aen Mychiel Jan Mersserye en Adriaens van Oots en noord: aen Adriaen van Oots. Te vryen met sHeren chyns sonder meer commer. Gevest tsanderdaechs na sint Jacops dach anno XXX. Present, Put, Goort.