Stamboom Van den Brande

Op deze website vindt u de stambomen van de familie Van den Brande, die vanaf 1290 voorkomt in het Land van Breda; in het bijzonder in de omgeving van Etten-Leur.

Uit deze familie stamt in rechte mannelijke lijn ook een familie Van Etten, Maaten en Maten.

De Middelburgse burgemeester Ridder-Baronet Johan Pieter van den Brande, voerde in het hart van zijn wapen in goud een zwarte leeuw. Het wapen van de familie Van den Brande die uit Etten-Leur afkomstig was.

De Zeeuwse regentenfamilie Van den Brande


Volgens een 18e eeuwse genealogie van de Zeeuwse Van den Brande’s zou de stamvader van deze familie Thomas van den Brande heten en uit Breda komen. Zijn zoon Pieter zou Brabant zijn ontvlucht.  Als dit waar is dan zou ook de Zeeuwse regentenfamilie haar oorsprong in Etten-Leur vinden. Hiervoor is echter geen enkel bewijs.

Het lijkt er op dat de 18e eeuwse genealogie is gebaseerd op een oude stamreeks die rond 1711 in het bezit was  van  Maria Margaritha van den Brande. Zij woonde te Antwerpen en  stamde af van Jan van den Brande, geb. ca. 1370,  gegoed te Etten, en  diens kleinzoon Domaes (Thomas) Cornelisz  van den Brande (zie tak 1 op de pagina Etten-Breda).

Ridder-baronet Cornelis van den Brande, heer van Kleverskerke,  uit de Zeeuwse familie, bezocht in 1711 zijn Antwerpse naamgenote en kreeg een kopie van deze oude stamreeks, die terug ging tot 1422, in zijn bezit. Cornelis schreef over zijn bezoek:

“Ick hebbe de oudste van dese doghters genaemt Maria Margo van den Brande in den jare 1711 te Antwerpen gesproken, die seer in decadentie is en getrout met een schilder genaamd Huijssen. Sij heeft een genealogie van de familie sedert het jaar 1422”

Cornelis was er van overtuigd dat hij familie was van deze Antwerpse dame. Cornelis en zijn familie maakten diverse stamreeksen die allemaal terug gingen tot de Jan van den Brande uit 1422.

Cornelis liet de assistent van de Antwerpse architect  Jan Pieter van Baurscheidt in Antwerpen (aan)tekeningen maken van grafstenen en wapenborden van de Antwerpse familie. Zie de tekening van de grafsteen van Mathijs Anthonisz. van den Brande (ovl. 1585) met wapen op de pagina Antwerpen. Het wapen van Mathijs van den Brande, op goud een zwarte leeuw, werd in de 18e eeuw opgenomen in het wapen van de Zeeuwse familie. Zie de afbeelding hieronder.

Er is  geen bewijs voor de afstamming van de Zeeuwse familie uit de Bredase, oorspronkelijk Ettense familie.

Het valt op dat de oudst bekende generaties van de Zeeuwse familie  nooit een achternaam voerden. Het is ook niet zeker wanneer zij voor het eerst de naam Van den Brande voerden. Dat lijkt voor het eerst het geval in 1610.


II. N.N. Er wordt wel aangenomen dat de stamvader van de Zeeuwse familie Pieter van den Brande heette. Dat lijkt echter een constructie te zijn, die is gebaseerd op het patroniem Pieterse en de later gevoerde achternaam Van den Brande. Het patroniem Pieterse lijkt echter te slaan op de schoonvader. Zie de opmerking hieronder bij Jan Mr. Pieterse. De stamvader is dus onzeker.

IIIa. Jan mr. Pieterse, alias Jan Pieterse de Raetsheer, geb. ca 1535, rentmeester van de stad Bergen op Zoom (1576-1580), burgemeester van Tholen (gekozen 1580), gecommitteerde raad van Zeeland wegens Tholen (gekozen 1584). De Staten van Zeeland benoemden Jan Pieterse op 28 mei 1582 Jan Pietersz tot gecommiteerde raad namens Tholen en burgemeester van Tholen, als opvolger van zijn schoonvader Mr Pieter Resen. Hij ovl. 25 nov. 1589 tr. (1) Sophia Resen, ovl. jan. 1586, dochter van Mr. Pieter Resen en Geertruijt Oudewater, tr. (2) 10 november 1587 Antoinetta Cannoy.

Kinderen ex 1:

1. Pieter, geb. ca. 1560, volgt IVa.

2. Cornelis, geb. ca. 1562.

3. Jan, geb. 28 december 1564, peeter: Leendert Pieterse, baljuw van Poortvliet. Volgt IVb.

4. Geertruijt, geb. ca. 1570, overleden voor 1594.
 Vlg. Tholen Weeskamer 43/3 kreeg zij een legaat van 150 pond van baljuw François Resen.
 Geertruyt was gehuwd met Salomon Jansen. Vlg. Weesboek nr. 4, f. 107, 109.
5. Anthony van den Brande, geb. ca.1585.

Kinderen ex 2:

6. Benjamin, geb. 1588, ovl. 13 november 1589.

Nota bene: Was Pieters het echte patroniem van Jan of was het de naam van zijn schoonvader Pieter Resen? Jan had duidelijk een nauwe band met zijn schoonvader. Deze droeg in 1575 aan hem en aan zijn eigen zoon, Laureys Resen, een boekje met Latijnse versen op. De aanhef luidt:

Petrus Resenius

Joanni, Petri F. genero, & Laurentio Resenio filio sibi chariss

Wat opvalt is dat de tekst in de dativus-vorm “Petri F. genero” oftewel ”aan de schoonzoon van Pieter”, tussen komma’s staat.  Er staat dus niet Jan Pietersz.

In 1576 werd Jan Pieterse rentmeester te Bergen op Zoom. Hij werd bijgeschreven bij de inschrijving van mr. Pieter Resen als  Jan Mr Pieterse rentmeester.

Het maakt waarschijnlijk dat de aanduiding Pieterse ziet op de schoonvader. Hetzelfde fenoneem zien wij bij Wouter Petersz van den Brande (zie pagina Oosterhout) die Wouter Godert Brants werd genoemd naar zijn schoonvader Godert Jans van Spul.


RAZ Middelburg Not. Caen, f. 49, 15-02-1586

Die wesen wijlen Sophia Pieters Resen dochter daer vader aff is die Raetsheere Pieterszone.

Den 15e febr. 1586 compareerde alhier ter weeskamer die Raetsheere Jan Pieterszone en verclaerde alsoo sijn huysvrouwe Sophia Resen den 14e jan. l.l. deser werelt is verleden, en dat sij onderlinghe ghemaect hebben sekere reciproce testament waernae de lancxtlevende van haer beyden kinderen hen souden hebben te reguleren daervan den teneur hiernae is volgende.


In den naem Godes des vaders des soons ende des gheestes Amen.

Bij desen zijn condt en kennelic eende yeghelicken, dat wij Jan Pietersz en Sophia Rezen, wettige man en vrouwe, overleggende die broosheyt van de menschelicke gheslachte en nyets seckerder te sijn dan de doot en nyets onseckerder dan de vuyre de selver en nyet willende van deser werelt scheyden sonder van hare tijtlicke goederen ghedisponeert te hebben, hebben ghemaeckt dit jeghenwoordich testament en uyterste wille caverende alle voorgaende testamenten, willen en vuyterlicke begeerten, dat tselve in allen sijn poincten ende actuelen volcomende en achtervolght werde, niet tegenstaende dat alle solemniteyte naer rechte gherequireert hierinne nyet en sullen zijn gheobserveert. Bevelen als voren hare sielen wanneer die van haer sullen scheyden in den ghenaden Godes en de lichame der aerden, hebben voorts met rijpen rade en voordachte sinnen gheordonneert en ghemaect, soo hiernaer volght. In den eersten maecken sij Cornelia Anthonisdr om te he hebben voor haer …… eyghen soo wanneer sij tot huwelicken staet ghecomen sal sijn, die helft van neghen quartier lants inden Galchoeck vant Nyenwelt ter Tholen gemeenn met Balthen Huybrechts, noch ontrent …. roeden weylants aende Steenstrate, ontrent …………… inden  , noch ontrent een ghemet liggende teghensover Duyvesteyn. Dus sal die lancxtlevende die behouden tot dat sij tot eere en state van huwelick sal sijn ghecomen. Willen voorts dat die lancxtlevende van hun testateuren sal hebben en besitten voor sijn vrij eyghen thuys ende hoeck huysken gestaen binnen der stede vander Tholen tegensover stadhuys belast met ontrent drie ponden vlaems erfelic mitsgaders den hoff achter thuys van de Swane.

Item alnoch thien ghemeten lants inden Dalemschen polder ghecomen en ghecoft van de erfgenamen mr. Jan Breyel oft anderen. Item noch anderhalf ghemet lants oft bath ghelegen buyten St. Andries poorte gecomen van Jan Simonsz ter Veere. Item dat de lancxtlevende noch sal aenvaerden voir sijn eyghen alle de muebelen, huysraet, clederen en juwelen mit eggne vuytghesundert hoedanigh die souden moghen wesen, daernae dafflijvicheyt van den eersten overleden tot Middelburgh plaetse huerder residentie, of op andere plaetsen bevonden sullen moghen worden, mitsgaders een jonxken thiende aent Rosevelt gheleghen waerteghen die kynderen van ons testateur en testatrice sullen hebben ende ontfangen voor haere vaderlicke en moederlicke sucessie soo hiernae volght.

Ierst de twee huysen metten hoff ghestaen en gheleghen binnen die stadt van Bergen op ten Zoom inde Potterstrate metter lasten daerop staende.

Item alnoch thouffken aende vaert geleghen bij den testateur ghecoft voor 1200 kgld belast met ontrent 26 Kgld erfflick.

Item alnoch 7 gemeten bosch gheleghen tot Moerstraten daeraen volghende sullen ontrent acht oft neghen ghemeten lants, die Hans van Huyberghen op rente ghecocht hadden en nu verlaten heeft.

 Item alnoch ontrent 6 ghemeten lants gheleghen inden Dalemsche polder ter Tholen ghecomen van de ghemeen saecken.

Noch ontrent 7 ghemeten lants ghelegen int Nieuwelt ter Tholen.

Noch ontrent 3 ghemeten ghelegen int Roodelant aldaer in twee partijen.

Item alnoch ontrent 25 ghemeten landts als wij testateur en testatrice liggende hebben inden heerlijckheyd van Poortvliet al vrij behalve een rente van 40 kgld erfflick aencomende de erffgenamen Jonckvrouwe van Borne ende Laureys Rezen half en half opte voors. landen vuygaende, die de wezen sullen hebben ende nemen theuren laste en ghedeelte, willende voorts dat die vuyt en inschulden die bevonden sullen worden, comen en staen sullen ten profijtte en laste vanden langstlevende en kinderen half en half.

Ende alsoo Pieter Jansz haren oudsten sone ter Tholen ghestelt zijnde, om daffairen van hen testateuren te procureren, hem heeft laten verleyden ende veelde penninghen verquisten, soo worden hem die selve quit gescholden, hoewel die veel bedraghen, mits dat hij alleenlick sal inne brenghen de somme van 50 ponden groten vlaems, twelck hij sal moeten gehouden zijn te doen, al eer hij beneffens sijn broeders en suster sal moghen deylen. Wordt alnoch gheordonneert en ghestameert, dat gheen van onse kinderen den voors. goederen ofte ghedeelte en sullen moghen versetten, vercoopen of te belasten int geheel ofte deele, maer sullen die goeden blijven vrij en onghecavelt oft onverdeelt, ter tijdt toe dat deerste van hun ghecomen sal sijn tot huwelicken state. Tot welck tijde den voors. goederen sullen ghecavelt worden, opdst een yder sijn deel en portie daervan sal moghen weten ende sullen die pachten daervan tot dyen tijdt ontfangen worden bij de lancxtlevende, om de voors. kinderen daermede voorts te helpen en onderhouden oock egheen vercopinghe ofte belastinghe van de voors. goederen in sulcken ghevalle als voren te moghen doen dan bij expresse  last en consent van de lancxtlevende ende op peyne dat sulcke becommeringhe sal zijn nul ende van onwaerden, het gedeelte van de afflyvighe kindt ofte kinderen op dandere verstervende. Ende oft ghebeurde dat alle kinderen quamen te sterven sonder wettige oir achter te laten, willen dat in sulcken ghevallen de lancxtlevende de voors. goederen wederom sal moghen aenvaerden, mit alleenlick vuytreyckende en betaelende den gerechten erfgenamen van de voors. kinderen de somme van 600 kgld eens in 6 termijnen daervan de eerste termijn vervallen een jaer nae daflijvicheyt van den lesten kinderen en soo voorts jaerlicx 100 gld totte volle betalinghe waermede de voors. erfgenamen sullen moeten blijven vuytte geheele successie. Blijvende de resterende goeden tot profijtte van de lancxtlevende welcke reciproque testamentaire-dispositie vuyt saecke des doots soo voorts is willen en begeren wij dat stateren sal en van waerden gehouden worden. Ende soo yemant van de kinderen daertegen opposeerde ofte dat wilde insrugeren, dat hij van sijn deel sal gheprimeert worden. Ende dat sulcken portie sal vervallen aende ghenen die hen te broden sullen houden. Willende daerenboven, dat de lancxtlevende van testateuren sullen sijn vooght ende testamentaire momboir van de voirs. kinderen en desen heuren testamente, sonder aen eenighe weesmeesteren ofte weescamer treckbaer te zijne dan alleenlick ter Tholen, daer ende alwaer sij zijn sorterende en thuys horende alwaer tvoors. testament sal worden geregistreert behoudelick en ghereserveert der testateuren volcomen macht ende authoriteyt dit hunne testament te moghen meerderen, minderen oft veranderen  naer hun geliefste. Aldus gedaen binnen der stede van Middelburgh t’onsen woonhuyse en bij ons onder teckent desen negenste Jan. 1586.

Onderteckent: J.Pietersz               Sophia Resen.



Op huyden den 9e jan. 1586 zijn voor mij Melchior Caen openbaer notaris ter exercitie vandien gheadmitteert bij de hove van Hollant en inde presentie van getuigen onderschreven ghecompareert Jan Pietersz ende Sophia Resen, sieck inden lichaem, en verclaerden hun uyterste wille te maecken.

Aldus gedaen voor mij notaris voors. residerende opte Merct der Stadt Middelburgh in Zeelant.

Bij welck testament bevonden wordt dat den staet van de vier achtergelaten wesen van de voors. raetsheere Jan Pietersz gheprocreert bij Sophia Resen constiteert in desen navolgende partijen.

Ierst die twee huysken metten hoff ghestaen inden Stadt van Berghen opten Zoom inde Potterstrate aldaer metten lasten daerop staende. Item een hoeffke aen de vaert buyten den Woutschepoort van Berghen met 12 ghemeten landts daeraen geleghen ghenaemt die bleyckerije metten lasten daerop staende. Noch 7 gemeten bosch genaempt doude Leemsen putten ghelegen Moerstraten. Noch aldaer 9 gemeten landts die Hans van Huyberghen op rente ghecoft hadde en nu mits dese troublen gheabbandonneert heeft. Noch ontrent 6 gemeten lants gelegen alhier inden Dalemschen polder ghecomen vande gemeen saecken. Noch omtrent 7 gemeten lants gelegen int ………….. Nyenwelt alhier. Noch ontrent 3 ghemeten int ….lt in twee partijen. Ende noch 25 ghemeten lants ghelegen int Poortvliet metten last inden testamente begrepen. Aengaende de inschulden mette vuytschulden staen tot laste deen helft van vader en dander helft tot laste van de kinderen, daervan die vader in tijden ende wijlen bewijs ende reckeninghe sal doen. Actum ter weescamern ten daghe en jaer als boven.

Present weesmrs. mijn heere die Bajuw Resen als voogd van de voors. wesen, Jonckheer Pieter Jan Pietersz vader van de wesen, Joncheer Pieter van Berchem en Jan Jansz Strijt weesmrs en van de wesen Pieter Jans ende Jan Jans.

Marge: Die Raetsheere Jan Pietersz verclaert datter anders gheen inschulden en zijn dan die pachten en paijen alnoch van de jaere ’85 mette volgende payen alnoch niet verschenen, daer tegen die doot schulden staende ende alleenlick tot laste van de wesen bedragende ontrent 200 kgld ende die gheen staen tot laste van beyde partijen ontrent 100 ponden vlaems. Ende alsoo desen schulden ghereet ende haere goeden in erflicke te houden te vreden sijne goeden te belasten om de voors. schulden te betaelen ende dat de selve sijnen kinderen hem sullen doen remboursement bij de bequamste middelen ende minste last van haere goederen.



IIIb. * Anthonie Pietersz, boer, hulppredikant in de schuur van Pieter Resen, woonde te Tholen, tr. Neelke.

Kinderen:

* mogelijk: Cornelia Anthonisdr. Zij werd in het testament van Jan Pieterse en Sophia Resen bedacht met landerijen gelegen te Tholen.


Het kapittel van Tholen diende in (of kort voor) 1570 een aanklacht in bij Alva’s Raad van Beroerten tegen  Anthonie Pietersz en Pieter Resen die behoorden tot de hervormden. Beiden werden op 5 februari 1570 gearresteerd.


Anthonie woonde in de Visstraat, bij de Vismarkt, te Tholen. In 1570 huurde hij een schuur bij zijn huis en bezat hij 6 koeien en een os.


IVa. Pieter Jansz, baljuw van Poortvliet in 1594, geb. ca. 1560, tr. Catarina de Haen.

Pieter bezat een huis bij de Brande Poorte te Tholen. Hij deed de rekening van zijn vader’s nalatenschap in nov. 1594 (Weeskamer Tholen).

Kinderen:

1. Pieter

2. Adolf,


IVb. Jan (Jan) Pieterse van den Brande, geb. 28 dec. 1564, tot 1594 klerk in het comptoir van het land, vanaf 2 nov. 1594 rentmeester van Walcheren en van de abdij van Middelburg, tr. 22 jan. 1595 Jkvr. Petronella van Borsselen van der Hooge, dochter van Pieter van der Hooge en Cornelia Bourgeois. Vanaf 1 juni 1595 woonden zij te Vlissingen, hij werd daar in okt. 1595 lidmaat.

Kinderen geb te Vlissingen:

1. Pieter, geb. 23 juni 1596, promotie Angiers maart 1620 tot meester in de rechten, ovl. 30 mei 1621 (begraven in de Grote Kerk te Vlissingen).

2. Jannes, geb. 24 juni. 1596, (tweelingbroer van Pieter)

3. Philip, geb. 16 juni 1598, volgt Va.

4. Anthonij, geb. 16 juni 1598 (tweelingbroer van Philip), ovl. 20 juli 1598.

5. Anthonij, geb. 11 sept. 1599, ovl. 2 mei 1610.

6. Anthonij van den Brande, geb. 4 juli 1601, volgt Vb.

Leen van Sint Paulusabdij te Schellach (nabij MiddelburgI

30-9-1617: Anton van Deutekom te Utrecht voor Cornelia Bourgeois, weduwe Pieter van der Hoge, rentmeester-generaal van Zeeland Bewesten Schelde, te Middelburg voor Filips van Hoge, haar zoon, buitenslands wegens studie, bij dode van Pieter, diens vader, bevestigd door Jan Pietersz. van den Brande, haar schoonzoon, 37 fol. 221v-222v.

IVc. Anthonij van den Brande, tr. Susanne de Neve

Kinderen:

1. Joris, Mr. Joris van den Brande, licentaat in de rechten;

2. NN dochter, tr. predikant Le Febre van Philippins.


V. Philip van den Brande, geb. Vlissingen 16 juni 1598, studeerde medicijnen te Franeker en Montpellier (Fr.), in 1621 te Orange (Fr.) toegetreden tot het leger van de Prins van Oranje, promotie te Franeker 9 mei 1623 tot doctor juris.